hefboom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- staaf of boom die op een draaipunt rust en waarvan de lange arm bewogen wordt om een zwaar voorwerp op de korte arm in beweging te zetten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hefbomen | meervoud |
| hefboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hefboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hef en boom
Woordfamilie van hefboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hefbomen | meervoud | hefboom |
| hefboompje | verkleinwoord | hefboom |
| hefboompjes | verkleinwoord meervoud | hefboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hefboom zijn vastgelegd.