harmoniseren
werkwoordBetekenis
- standaardiseren
Vervoeging van harmoniseren
harmoniserenhele werkwoord — harmoniseerdeverleden tijd enkelvoud — harmoniseerdenverleden tijd meervoud — geharmoniseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | harmoniseer | harmoniseerde |
| jij | harmoniseert | harmoniseerde |
| hij, zij, het | harmoniseert | harmoniseerde |
| wij | harmoniseren | harmoniseerden |
| jullie | harmoniseren | harmoniseerden |
| zij | harmoniseren | harmoniseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geharmoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geharmoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geharmoniseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geharmoniseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geharmoniseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geharmoniseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geharmoniseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geharmoniseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geharmoniseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geharmoniseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geharmoniseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geharmoniseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geharmoniseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geharmoniseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geharmoniseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geharmoniseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geharmoniseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geharmoniseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geharmoniseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geharmoniseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geharmoniseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geharmoniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geharmoniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geharmoniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geharmoniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geharmoniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geharmoniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geharmoniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| harmoniseer | gebiedende wijs |
| harmoniseerde | verleden tijd |
| harmonisere | aanvoegende wijs |
| harmoniserend | onvoltooid, deelwoord |
| heb geharmoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geharmoniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geharmoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geharmoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geharmoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geharmoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geharmoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geharmoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geharmoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geharmoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te harmoniseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geharmoniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen harmoniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geharmoniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geharmoniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geharmoniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geharmoniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geharmoniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geharmoniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geharmoniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geharmoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geharmoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geharmoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geharmoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geharmoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geharmoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geharmoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geharmoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geharmoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geharmoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geharmoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geharmoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geharmoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geharmoniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geharmoniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geharmoniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geharmoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geharmoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geharmoniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geharmoniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal harmoniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal harmoniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal harmoniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geharmoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geharmoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geharmoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geharmoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geharmoniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geharmoniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geharmoniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geharmoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geharmoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geharmoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geharmoniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geharmoniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geharmoniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou harmoniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou harmoniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou harmoniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geharmoniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geharmoniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geharmoniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geharmoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geharmoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geharmoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geharmoniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geharmoniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geharmoniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden harmoniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden harmoniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden harmoniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geharmoniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geharmoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geharmoniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt harmoniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geharmoniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geharmoniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geharmoniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geharmoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geharmoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geharmoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geharmoniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geharmoniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geharmoniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen harmoniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen harmoniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen harmoniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen harmoniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geharmoniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geharmoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geharmoniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult harmoniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse harmoniser (met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van harmoniseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geharmoniseerd | voltooid deelwoord | harmoniseren |
| geharmoniseerde | woordvorm | harmoniseren |
| harmoniseer | gebiedende wijs | harmoniseren |
| harmoniseerde | verleden tijd | harmoniseren |
| harmoniseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | harmoniseren |
| harmoniseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | harmoniseren |
| harmonisere | aanvoegende wijs | harmoniseren |
| harmoniserend | onvoltooid deelwoord | harmoniseren |
| harmoniserende | woordvorm | harmoniseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van harmoniseren zijn vastgelegd.