harmonisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- harmonieus
- welluidend
- volgens een bepaalde wiskundige reeks
- waarin de verhouding van de lengte van een trillende snaar de wiskundige principes volgt van prime (1/1), octaaf (1/2), dubbeloctaaf (1/3) etc, en waar de onderverdeling van een snaar in 1/1 (prime), 1/2(octaaf), 1/3 (kwint), 1/4(kwart), 1/5 (terts) etc. de wiskundige reeks volgen
- met een sinusvormige frequentie
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| harmonische | verbogen, stellende trap |
| harmonischer | onverbogen, vergrotende trap |
| harmonischere | verbogen, vergrotende trap |
| harmonischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
afgeleid van harmonie met het achtervoegsel -isch
Woordfamilie van harmonisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| harmonischer | vergrotende trap | harmonisch |
| harmonischere | verbogen vergrotende trap | harmonisch |
| harmonischers | partitieve vergrotende trap | harmonisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van harmonisch zijn vastgelegd.