haaibaai
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kijfziek vrouwspersoon, kenau, heibei
zelfstandig naamwoord
- baai waar haaien rondzwemmen
- gevaarlijke plek figuratively
- kijfziek vrouwspersoon feminine, pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| haaibaaien | meervoud |
| haaibaaitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| haaibaaitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘kijfzieke vrouw’ voor het eerst aangetroffen in 1642
Woordfamilie van haaibaai
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| haaibaaien | meervoud | haaibaai |
| haaibaaitje | verkleinwoord | haaibaai |
| haaibaaitjes | verkleinwoord meervoud | haaibaai |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van haaibaai zijn vastgelegd.