harpij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- fabeldier uit de Griekse mythologie
- grootste arend van Zuid-Amerika behorend tot de familie havikachtigen (Accipitridae)
- feeks
zelfstandig naamwoord
- Harpia harpyja grootste arend van Zuid-Amerika behorend tot de familie havikachtigen (Accipitridae)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| harpijen | meervoud |
Woordfamilie van harpij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| harpijen | meervoud | harpij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van harpij zijn vastgelegd.