Naar de inhoud

grossieren

in het groot verkopen

grossieren

werkwoord

Betekenis

  1. in het groot verkopen
  2. in overmaat bezitten

Vervoeging van grossieren

grossierenhele werkwoord — grossierdeverleden tijd enkelvoud — grossierdenverleden tijd meervoud — gegrossierdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik grossier grossierde
jij grossiert grossierde
hij, zij, het grossiert grossierde
wij grossieren grossierden
jullie grossieren grossierden
zij grossieren grossierden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gegrossierd verleden tijd, deelwoord
gegrossierd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegrossierd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
grossier gebiedende wijs
grossierde verleden tijd
grossiere aanvoegende wijs
grossierend onvoltooid, deelwoord
had gegrossierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegrossierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegrossierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegrossierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegrossierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegrossierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegrossierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegrossierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegrossierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegrossierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegrossierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegrossierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegrossierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegrossierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegrossierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te grossieren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegrossierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen grossieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gegrossierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegrossierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegrossierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal grossieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal grossieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal grossieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gegrossierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegrossierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegrossierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou grossieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou grossieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou grossieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegrossierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegrossierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegrossierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden grossieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden grossieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden grossieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegrossierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt grossieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegrossierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegrossierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegrossierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen grossieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen grossieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen grossieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen grossieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegrossierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult grossieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van grossieren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegrossierd voltooid deelwoord grossieren
grossierde verleden tijd grossieren
grossierden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon grossieren
grossiere aanvoegende wijs grossieren
grossierend onvoltooid deelwoord grossieren
grossierende woordvorm grossieren
grossiert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon grossieren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grossieren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over grossieren

Wat is de betekenis van grossieren?
Grossieren is een werkwoord. De betekenis is: in het groot verkopen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik grossieren?
Zo vervoeg je grossieren zo: de tegenwoordige tijd is grossier, de verleden tijd is grossierde en het voltooid deelwoord is gegrossierd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord grossieren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. I 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

grossieren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. S 2
  5. S 2
  6. I 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

grossieren in het kort

grossieren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van grossieren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort grossieren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

grossieren: in het groot verkopen
Deel grossieren — standaardnederlands.nl