gordel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈɣɔrdəlBetekenis
- een band die om het middel gedragen wordt
- smal, langgerekt gebied (zone) op aarde of in de ruimte
Hoe spreek je gordel uit?
/ˈxɔrdəl/
Gordel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een band die om het middel gedragen wordt, ter bescherming bij bijv. vechtsport of in de auto
- smal, langgerekt gebied op aarde of in de ruimte
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gordels | meervoud |
| gordeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gordeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gordelen
- gebiedende wijs van gordelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gordelen
Vervoeging van gordel
gordelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘riem’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van gordel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gordels | meervoud | gordel |
| gordeltje | verkleinwoord | gordel |
| gordeltjes | verkleinwoord meervoud | gordel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gordel zijn vastgelegd.