zone
zelfstandig naamwoord /ˈzoːnə/Betekenis
- een bepaald afgebakend gebied
- zone
- gebied
- buitenwijk van een grote stad met meestal miserabele woonomstandigheden
Hoe spreek je zone uit?
/ˈzonə/
Zone bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| o | boot |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaald gebied dat is afgebakend van aangrenzend gebied
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zonen | meervoud |
| zones | meervoud |
| zonetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zonetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Frans zone of direct via Latijn zona van Oudgrieks ζώνη (zóónè) "gordel", in de betekenis van ‘streek’ aangetroffen vanaf 1595
Woordfamilie van zone
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zones | meervoud | zone |
| zonetje | verkleinwoord | zone |
| zonetjes | verkleinwoord meervoud | zone |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zone zijn vastgelegd.