golven
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɣɔlvə(n)Betekenis
- een golfvormige beweging maken
Hoe spreek je golven uit?
/ˈxɔlvən/
Golven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɔ | bot |
| l | land |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van golven
golvenhele werkwoord — golfdeverleden tijd enkelvoud — golfdenverleden tijd meervoud — gegolfdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | golf | golfde |
| jij | golft | golfde |
| hij, zij, het | golft | golfde |
| wij | golven | golfden |
| jullie | golven | golfden |
| zij | golven | golfden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gegolfd | verleden tijd, deelwoord |
| gegolfd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegolfd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| golf | gebiedende wijs |
| golfde | verleden tijd |
| golve | aanvoegende wijs |
| golvend | onvoltooid, deelwoord |
| had gegolfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegolfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegolfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegolfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegolfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegolfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegolfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegolfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegolfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegolfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegolfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegolfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegolfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegolfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegolfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te golven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegolfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen golven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gegolfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegolfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegolfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal golven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal golven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal golven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gegolfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegolfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegolfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou golven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou golven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou golven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gegolfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegolfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegolfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden golven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden golven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden golven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gegolfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt golven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gegolfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegolfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegolfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen golven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen golven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen golven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen golven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gegolfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult golven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord golf
Woordfamilie van golven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| golve | aanvoegende wijs | golven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van golven zijn vastgelegd.