Naar de inhoud

uitwaaien

door de wind gedoofd worden

uitwaaien

werkwoord ˈœytwajə(n)

Betekenis

  1. door de wind gedoofd worden
  2. zich in de wind ontplooien
  3. zich opfrissen door in de wind lopen
  4. door waaien doven

Hoe spreek je uitwaaien uit?

/ˈœytwajən/

Uitwaaien bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈœytwajən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
œy huis
t tak
w quiz
a maan
j ja
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van uitwaaien

uitwaaienhele werkwoord — waaide uitverleden tijd enkelvoud — waaiden uitverleden tijd meervoud — uitgewaaidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik waai uit waaide uit
jij waait uit waaide uit
hij, zij, het waait uit waaide uit
wij waaien uit waaiden uit
jullie waaien uit waaiden uit
zij waaien uit waaiden uit
Alle 148 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgewaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgewaaid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgewaaid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgewaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgewaaid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgewaaid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgewaaid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgewaaid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgewaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgewaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgewaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgewaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgewaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgewaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgewaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgewaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgewaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitwaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te waaien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen waaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal waaien bijzin, toekomende tijd
uit zou waaien bijzin, voorwaardelijk
uit zouden waaien bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt waaien bijzin, voorwaardelijk
uit zullen waaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen waaien bijzin, toekomende tijd
uit zult waaien bijzin, toekomende tijd
uitgewaaid verleden tijd, deelwoord
uitgewaaid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgewaaid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgewaaid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgewaaid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgewaaid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgewaaid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgewaaid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgewaaid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgewaaid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgewaaid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitwaai bijzin, tegenwoordige tijd
uitwaaide bijzin, verleden tijd
uitwaaiden bijzin, verleden tijd
uitwaaiend onvoltooid, deelwoord
uitwaait bijzin, tegenwoordige tijd
uitwoei bijzin, verleden tijd
uitwoeien bijzin, verleden tijd
waai uit gebiedende wijs
waaide uit verleden tijd
waart uitgewaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgewaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgewaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgewaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgewaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgewaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgewaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgewaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgewaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgewaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgewaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgewaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgewaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgewaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
woei uit verleden tijd
word uitgewaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgewaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgewaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgewaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgewaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgewaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgewaaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgewaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgewaaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgewaaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgewaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitwaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitwaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitwaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitwaaien bijzin, toekomende tijd
zijn uitgewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgewaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgewaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgewaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgewaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgewaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgewaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitwaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitwaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitwaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitwaaien bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitwaaien uit zou(dt) waaien bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgewaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgewaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgewaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgewaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgewaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgewaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitwaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitwaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitwaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitwaaien bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgewaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgewaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitwaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitwaaien bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgewaaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgewaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgewaaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgewaaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgewaaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgewaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitwaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitwaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitwaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit en waaien

Woordfamilie van uitwaaien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
uitgewaaid voltooid deelwoord uitwaaien
uitgewaaide woordvorm uitwaaien
uitwaai subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitwaaien
uitwaaide subordinate-clause, verleden tijd uitwaaien
uitwaaiden subordinate-clause, verleden tijd uitwaaien
uitwaaie with-subordinate-clause uitwaaien
uitwaaiend onvoltooid deelwoord uitwaaien
uitwaaiende woordvorm uitwaaien
uitwaait subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitwaaien
uitwoei subordinate-clause, verleden tijd uitwaaien
uitwoeien subordinate-clause, verleden tijd uitwaaien
waai uit gebiedende wijs uitwaaien
waaide uit verleden tijd uitwaaien
waaiden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitwaaien
waaie uit woordvorm uitwaaien
waaien uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitwaaien
waait uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitwaaien
woei uit verleden tijd uitwaaien
woeien uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitwaaien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitwaaien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitwaaien

Hoe spreek je uitwaaien uit?
De uitspraak van uitwaaien is: /ˈœytwajə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent uitwaaien?
Uitwaaien is een werkwoord. Het woord betekent: door de wind gedoofd worden. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je uitwaaien?
Je vervoegt uitwaaien als volgt: het voltooid deelwoord is uitgewaaid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitwaaien is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. W 5
  5. A 1
  6. A 1
  7. I 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitwaaien levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. W 5
  5. A 1
  6. A 1
  7. I 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitwaaien in het kort

uitwaaien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van uitwaaien zijn 92 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitwaaien bij een woordfamilie van 19 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitwaaien: door de wind gedoofd worden
Deel uitwaaien — standaardnederlands.nl