golfen
werkwoord /ˈɡɔlfə(n)/Betekenis
- het golfspel spelen
Hoe spreek je golfen uit?
/ˈgɔlfən/
Golfen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| g | goal |
| ɔ | bot |
| l | land |
| f | fiets |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van golfen
golfenhele werkwoord — golfdeverleden tijd enkelvoud — golfdenverleden tijd meervoud — gegolfdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | golf | golfde |
| jij | golft | golfde |
| hij, zij, het | golft | golfde |
| wij | golfen | golfden |
| jullie | golfen | golfden |
| zij | golfen | golfden |
Alle 93 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gegolft | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gegolft | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gegolft | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gegolft | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gegolft | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gegolft | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gegolft | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gegolft | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gegolfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gegolfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gegolfd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| gegolfd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| gegolfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| gegolfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| gegolfd | verleden tijd, deelwoord |
| gegolfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| gegolfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| gegolfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| gegolfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| gegolfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| gegolfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| gegolfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| gegolfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| gegolfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| gegolfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| gegolfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| gegolfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| gegolfd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegolfd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| gegolfd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| gegolfd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| gegolfd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| gegolfd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegolft | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegolft | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegolft | verleden tijd, deelwoord |
| golf | gebiedende wijs |
| golfde | verleden tijd |
| golfe | aanvoegende wijs |
| golfend | onvoltooid, deelwoord |
| golfte | verleden tijd |
| had gegolft | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegolft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegolft | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegolft | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegolft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegolft | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegolft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegolft | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegolft | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegolft | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegolft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegolft | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt gegolft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegolft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegolft | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te golfen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegolft | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen golfen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegolft | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegolft | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegolft | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal golfen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal golfen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal golfen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegolft | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegolft | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegolft | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou golfen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou golfen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou golfen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gegolft | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegolft | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegolft | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden golfen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden golfen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden golfen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gegolft | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt golfen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gegolft | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegolft | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegolft | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen golfen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen golfen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen golfen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen golfen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gegolft | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult golfen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Engels to golf ww , op te vatten als golf met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van golfen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gegolft | voltooid deelwoord | golfen |
| golfe | aanvoegende wijs | golfen |
| golfend | onvoltooid deelwoord | golfen |
| golfende | woordvorm | golfen |
| golfte | verleden tijd | golfen |
| golften | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | golfen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van golfen zijn vastgelegd.