gipsen
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- met gips bestrijken, bestrooien of behandelen
- van gips vervaardigd
Vervoeging van gipsen
gipsenhele werkwoord — gipsteverleden tijd enkelvoud — gipstenverleden tijd meervoud — gegipstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | gips | gipste |
| jij | gipst | gipste |
| hij, zij, het | gipst | gipste |
| wij | gipsen | gipsten |
| jullie | gipsen | gipsten |
| zij | gipsen | gipsten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gegipst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gegipst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gegipst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gegipst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gegipst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gegipst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gegipst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gegipst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gegipst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gegipst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gegipst | verleden tijd, deelwoord |
| gegipst te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gegipst te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gegipst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegipst te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegipst te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegipst worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gegipst zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gegipst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegipst zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegipst zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gips | gebiedende wijs |
| gipse | aanvoegende wijs |
| gipsend | onvoltooid, deelwoord |
| gipste | verleden tijd |
| had gegipst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegipst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegipst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegipst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegipst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegipst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegipst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegipst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegipst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegipst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegipst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegipst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegipst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegipst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegipst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gegipst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gegipst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te gipsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegipst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gipsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gegipst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gegipst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gegipst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gegipst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gegipst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gegipst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gegipst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gegipst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gegipst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gegipst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gegipst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gegipst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gegipst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gegipst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gegipst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gegipst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gegipst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gegipst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gegipst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gegipst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gegipst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegipst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegipst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gegipst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegipst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gegipst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegipst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gipsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gipsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gipsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gegipst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gegipst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gegipst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gegipst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gegipst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegipst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegipst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gegipst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegipst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gegipst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegipst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegipst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegipst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gipsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gipsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gipsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gegipst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegipst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegipst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gegipst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gegipst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gegipst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gegipst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegipst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegipst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gipsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gipsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gipsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gegipst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gegipst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gegipst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gipsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gegipst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegipst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegipst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gegipst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gegipst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gegipst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gegipst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegipst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegipst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gipsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gipsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gipsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gipsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gegipst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gegipst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gegipst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gipsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord gips
Herkomst
afgeleid van gips met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van gipsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gegipst | voltooid deelwoord | gipsen |
| gegipste | woordvorm | gipsen |
| gipse | aanvoegende wijs | gipsen |
| gipsend | onvoltooid deelwoord | gipsen |
| gipsende | woordvorm | gipsen |
| gipst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | gipsen |
| gipste | verleden tijd | gipsen |
| gipsten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | gipsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gipsen zijn vastgelegd.