gipsvlucht
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vlucht van een vliegtuig speciaal voor wintersportbeoefenaars die botbreuken hebben opgelopen (en daarom een gipsverband hebben)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gipsvluchten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van gips en vlucht
Woordfamilie van gipsvlucht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gipsvluchten | meervoud | gipsvlucht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gipsvlucht zijn vastgelegd.