Naar de inhoud

gelijkstaan

~ aan op hetzelfde neerkomen

gelijkstaan

werkwoord ɣəˈlɛikstan

Betekenis

  1. ~ aan op hetzelfde neerkomen
  2. een gelijk aantal punten hebben in een wedstrijd
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Hoe spreek je gelijkstaan uit?

/xəˈlɛikstan/

Gelijkstaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /xəˈlɛikstan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
ə de
l land
ɛi trein
k kat
s sok
t tak
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van gelijkstaan

gelijkstaanhele werkwoord — stond gelijkverleden tijd enkelvoud — stonden gelijkverleden tijd meervoud — gelijkgestaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sta gelijk stond gelijk
jij staat gelijk stond gelijk
hij, zij, het staat gelijk stond gelijk
wij staan gelijk stonden gelijk
jullie staan gelijk stonden gelijk
zij staan gelijk stonden gelijk
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gelijk te staan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gelijk te zullen staan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelijk zal staan bijzin, toekomende tijd
gelijk zou staan bijzin, voorwaardelijk
gelijk zouden staan bijzin, voorwaardelijk
gelijk zoudt staan bijzin, voorwaardelijk
gelijk zullen staan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelijk zullen staan bijzin, toekomende tijd
gelijk zult staan bijzin, toekomende tijd
gelijkgestaan verleden tijd, deelwoord
gelijkgestaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelijkgestaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelijksta bijzin, tegenwoordige tijd
gelijkstaand onvoltooid, deelwoord
gelijkstaat bijzin, tegenwoordige tijd
gelijkstond bijzin, verleden tijd
gelijkstonden bijzin, verleden tijd
gelijkstondt bijzin, verleden tijd
had gelijkgestaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gelijkgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gelijkgestaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gelijkgestaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gelijkgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gelijkgestaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gelijkgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gelijkgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelijkgestaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gelijkgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelijkgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gelijkgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gelijkgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelijkgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelijkgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sta gelijk gebiedende wijs
stond gelijk verleden tijd
te hebben gelijkgestaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gelijkstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gelijkgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelijkgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gelijkgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gelijkstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gelijkstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gelijkstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gelijkstaan bijzin, toekomende tijd
zou gelijkgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelijkgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelijkgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gelijkstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gelijkstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gelijkstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gelijkstaan bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) gelijkstaan gelijk zou(dt) staan bijzin, voorwaardelijk
zouden gelijkgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelijkgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelijkgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gelijkstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gelijkstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gelijkstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gelijkstaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt gelijkgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gelijkstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gelijkstaan bijzin, voorwaardelijk
zullen gelijkgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelijkgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelijkgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gelijkstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gelijkstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gelijkstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gelijkstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gelijkstaan bijzin, toekomende tijd
zult gelijkgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gelijkstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gelijkstaan bijzin, toekomende tijd
zult/zal gelijkstaan gelijk zult/zal staan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van gelijk en staan

Woordfamilie van gelijkstaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gelijkgestaan voltooid deelwoord gelijkstaan
gelijksta subordinate-clause, tegenwoordige tijd gelijkstaan
gelijkstaand onvoltooid deelwoord gelijkstaan
gelijkstaande woordvorm gelijkstaan
gelijkstaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd gelijkstaan
gelijkstond subordinate-clause, verleden tijd gelijkstaan
gelijkstonden subordinate-clause, verleden tijd gelijkstaan
sta gelijk gebiedende wijs gelijkstaan
staan gelijk aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon gelijkstaan
staat gelijk aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon gelijkstaan
stond gelijk verleden tijd gelijkstaan
stonden gelijk aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon gelijkstaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gelijkstaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over gelijkstaan

Hoe spreek je gelijkstaan uit?
De uitspraak van gelijkstaan is: /ɣəˈlɛikstan/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent gelijkstaan?
Gelijkstaan is een werkwoord. Het woord betekent: ~ aan op hetzelfde neerkomen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je gelijkstaan?
Je vervoegt gelijkstaan als volgt: het voltooid deelwoord is gelijkgestaan. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gelijkstaan is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. I 1
  5. J 4
  6. K 3
  7. S 2
  8. T 2
  9. A 1
  10. A 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gelijkstaan levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. I 2
  5. J 4
  6. K 3
  7. S 2
  8. T 2
  9. A 1
  10. A 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gelijkstaan in het kort

gelijkstaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van gelijkstaan zijn 47 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort gelijkstaan bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

gelijkstaan: ~ aan op hetzelfde neerkomen
Deel gelijkstaan — standaardnederlands.nl