geleiden
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- zorgen dat iets of iemand het gewenste pad doorloopt
- een stroom van warmte of ladingsdragers doorlaten
Vervoeging van geleiden
geleidenhele werkwoord — geleiddeverleden tijd enkelvoud — geleiddenverleden tijd meervoud — geleidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | geleid | geleidde |
| jij | geleidt | geleidde |
| hij, zij, het | geleidt | geleidde |
| wij | geleiden | geleidden |
| jullie | geleiden | geleidden |
| zij | geleiden | geleidden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geleid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geleid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geleid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geleid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geleid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geleid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geleid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geleid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geleid | gebiedende wijs |
| geleid | verleden tijd, deelwoord |
| geleid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geleid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geleid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geleid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geleid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geleid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geleid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geleid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geleid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geleid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geleidde | verleden tijd |
| geleide | aanvoegende wijs |
| geleidend | onvoltooid, deelwoord |
| had geleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geleid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te geleiden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geleid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen geleiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geleid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geleid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geleid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geleid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geleid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal geleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal geleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou geleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou geleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geleid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geleid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geleid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geleid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geleid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geleid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geleiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen geleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geleid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geleid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord geleide
Herkomst
afgeleid van leiden met het voorvoegsel ge-
Woordfamilie van geleiden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geleidde | verleden tijd | geleiden |
| geleidden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | geleiden |
| geleidt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | geleiden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geleiden zijn vastgelegd.