geleider
zelfstandig naamwoord ɣəˈlɛidərBetekenis
- materiaal met een naar verhouding hoog aantal beweeglijke ladingsdragers, waardoor het een elektrische stroom makkelijk doorlaat
- materiaal dat iets anders doorlaat dan elektriciteit, zoals warmte of geluid, warmtegeleider
- elk van de delen van instrumenten die dienen om een ander deel in zijn beweging te geleiden
- persoon die wat geleidt
Hoe spreek je geleider uit?
/xəˈlɛidər/
Geleider bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- persoon die wat geleidt, mannelijke vorm van geleidster
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geleiders | meervoud |
| geleidertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geleidertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van geleiden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van geleider
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geleiders | meervoud | geleider |
| geleidertje | verkleinwoord | geleider |
| geleidertjes | verkleinwoord meervoud | geleider |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geleider zijn vastgelegd.