geleide
zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- het vergezellen, geleiden (van een persoon)
- de personen die iemand geleide doen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geleiden | meervoud |
| geleides | meervoud |
| geleidetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geleidetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- aanvoegende wijs van geleiden
- verbogen vorm van geleid, voltooid deelwoord van geleiden
- verbogen vorm van geleid, voltooid deelwoord van leiden
Vervoeging van geleide
geleidehele werkwoord
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van geleid
Herkomst
afgeleid van geleid (stam van het werkwoord geleiden) met het achtervoegsel -e
Woordfamilie van geleide
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geleides | meervoud | geleide |
| geleidetje | verkleinwoord | geleide |
| geleidetjes | verkleinwoord meervoud | geleide |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geleide zijn vastgelegd.