geheugen
zelfstandig naamwoord ɣəˈhøɣə(n)Betekenis
- het deel van de hersenen waarin herinneringen worden opgeslagen
- snel toegankelijke plaats om data op te slaan waarin programma's worden opgeslagen die uitgevoerd worden
Hoe spreek je geheugen uit?
/xəˈhøxən/
Geheugen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| h | hoed |
| ø | deur |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geheugens | meervoud |
| geheugentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geheugentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘herinnering’ voor het eerst aangetroffen in 1648
Woordfamilie van geheugen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geheugens | meervoud | geheugen |
| geheugentje | verkleinwoord | geheugen |
| geheugentjes | verkleinwoord meervoud | geheugen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geheugen zijn vastgelegd.