friseren
werkwoordBetekenis
- doen krullen
- (geruwde stof) opkammen met golvende lijnen
werkwoord
- opkammen met golvende lijnen
Vervoeging van friseren
friserenhele werkwoord — friseerdeverleden tijd enkelvoud — friseerdenverleden tijd meervoud — gefriseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | friseer | friseerde |
| jij | friseert | friseerde |
| hij, zij, het | friseert | friseerde |
| wij | friseren | friseerden |
| jullie | friseren | friseerden |
| zij | friseren | friseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gefriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gefriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gefriseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gefriseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gefriseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gefriseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gefriseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gefriseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gefriseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gefriseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| friseer | gebiedende wijs |
| friseerde | verleden tijd |
| frisere | aanvoegende wijs |
| friserend | onvoltooid, deelwoord |
| gefriseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gefriseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefriseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gefriseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefriseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefriseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefriseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefriseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gefriseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefriseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gefriseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefriseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gefriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gefriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te friseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefriseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen friseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gefriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gefriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gefriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gefriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gefriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gefriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gefriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gefriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gefriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gefriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gefriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gefriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gefriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gefriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gefriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gefriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gefriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gefriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gefriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal friseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal friseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal friseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gefriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gefriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gefriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gefriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gefriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gefriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou friseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou friseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou friseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gefriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gefriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden friseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden friseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden friseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gefriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gefriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gefriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt friseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gefriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen friseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen friseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen friseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen friseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gefriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gefriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gefriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult friseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gefriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘doen krullen’ voor het eerst aangetroffen in 1562
Woordfamilie van friseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| friseer | gebiedende wijs | friseren |
| friseerde | verleden tijd | friseren |
| friseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | friseren |
| friseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | friseren |
| frisere | aanvoegende wijs | friseren |
| friserend | onvoltooid deelwoord | friseren |
| friserende | woordvorm | friseren |
| gefriseerd | voltooid deelwoord | friseren |
| gefriseerde | woordvorm | friseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van friseren zijn vastgelegd.