Naar de inhoud

friseren

doen krullen

friseren

werkwoord

Betekenis

  1. doen krullen
  2. (geruwde stof) opkammen met golvende lijnen

werkwoord

  1. opkammen met golvende lijnen

Vervoeging van friseren

friserenhele werkwoord — friseerdeverleden tijd enkelvoud — friseerdenverleden tijd meervoud — gefriseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik friseer friseerde
jij friseert friseerde
hij, zij, het friseert friseerde
wij friseren friseerden
jullie friseren friseerden
zij friseren friseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gefriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gefriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gefriseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefriseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefriseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefriseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefriseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefriseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefriseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefriseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
friseer gebiedende wijs
friseerde verleden tijd
frisere aanvoegende wijs
friserend onvoltooid, deelwoord
gefriseerd verleden tijd, deelwoord
gefriseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefriseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefriseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefriseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefriseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefriseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefriseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefriseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefriseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefriseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefriseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gefriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gefriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te friseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefriseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen friseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gefriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gefriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gefriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gefriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gefriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gefriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gefriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gefriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gefriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gefriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gefriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gefriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gefriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gefriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gefriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gefriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gefriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gefriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal friseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal friseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal friseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gefriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gefriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gefriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gefriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gefriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gefriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou friseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou friseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou friseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gefriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gefriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden friseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden friseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden friseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gefriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gefriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt friseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen friseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen friseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen friseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen friseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gefriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gefriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult friseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘doen krullen’ voor het eerst aangetroffen in 1562

Woordfamilie van friseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
friseer gebiedende wijs friseren
friseerde verleden tijd friseren
friseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon friseren
friseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon friseren
frisere aanvoegende wijs friseren
friserend onvoltooid deelwoord friseren
friserende woordvorm friseren
gefriseerd voltooid deelwoord friseren
gefriseerde woordvorm friseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van friseren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over friseren

Wat betekent friseren?
Friseren is een werkwoord. Het woord betekent: doen krullen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je friseren?
Je vervoegt friseren als volgt: de tegenwoordige tijd is friseer, de verleden tijd is friseerde en het voltooid deelwoord is gefriseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord friseren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. R 2
  3. I 1
  4. S 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

friseren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. R 2
  3. I 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

friseren in het kort

friseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van friseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort friseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

friseren: doen krullen
Deel friseren — standaardnederlands.nl