Naar de inhoud

foxtrotten

de foxtrot dansen

foxtrotten

werkwoord

Betekenis

  1. de foxtrot dansen

Vervoeging van foxtrotten

foxtrottenhele werkwoord — foxtrotteverleden tijd enkelvoud — gefoxtrotvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik foxtrot foxtrotte
jij foxtrot foxtrotte
hij, zij, het foxtrot foxtrotte
wij foxtrotten —
jullie foxtrotten —
zij foxtrotten —
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gefoxtrot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefoxtrot impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefoxtrot impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefoxtrot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefoxtrot worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefoxtrot zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefoxtrot worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefoxtrot zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
foxtrot gebiedende wijs
foxtrotte verleden tijd
foxtrotte aanvoegende wijs
foxtrottend onvoltooid, deelwoord
gefoxtrot verleden tijd, deelwoord
gefoxtrot te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefoxtrot zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefoxtrot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefoxtrot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefoxtrot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefoxtrot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefoxtrot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefoxtrot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefoxtrot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefoxtrot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefoxtrot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefoxtrot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefoxtrot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefoxtrot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefoxtrot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefoxtrot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefoxtrot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te foxtrotten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefoxtrot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen foxtrotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefoxtrot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefoxtrot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefoxtrot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefoxtrot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefoxtrot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefoxtrot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefoxtrot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefoxtrot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefoxtrot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefoxtrot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen foxtrotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefoxtrot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefoxtrot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefoxtrot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefoxtrot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van foxtrotten

Vervoeging van foxtrotten

foxtrottenhele werkwoord — foxtrotteverleden tijd enkelvoud — gefoxtrotvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik foxtrot foxtrotte
jij foxtrot foxtrotte
hij, zij, het foxtrot foxtrotte
wij foxtrotten —
jullie foxtrotten —
zij foxtrotten —
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gefoxtrot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefoxtrot impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefoxtrot impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefoxtrot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefoxtrot worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefoxtrot zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefoxtrot worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefoxtrot zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
foxtrot gebiedende wijs
foxtrotte verleden tijd
foxtrotte aanvoegende wijs
foxtrottend onvoltooid, deelwoord
gefoxtrot verleden tijd, deelwoord
gefoxtrot te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefoxtrot zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefoxtrot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefoxtrot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefoxtrot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefoxtrot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefoxtrot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefoxtrot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefoxtrot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefoxtrot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefoxtrot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefoxtrot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefoxtrot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefoxtrot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefoxtrot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefoxtrot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefoxtrot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te foxtrotten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefoxtrot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen foxtrotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefoxtrot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefoxtrot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefoxtrot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefoxtrot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefoxtrot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefoxtrot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefoxtrot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefoxtrot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefoxtrot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefoxtrot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen foxtrotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefoxtrot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefoxtrot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefoxtrot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult foxtrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefoxtrot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van foxtrotten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
foxtrotte verleden tijd foxtrotten
foxtrottend onvoltooid deelwoord foxtrotten
foxtrottende woordvorm foxtrotten
gefoxtrot voltooid deelwoord foxtrotten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van foxtrotten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over foxtrotten

Wat betekent foxtrotten?
Foxtrotten is een werkwoord. Het woord betekent: de foxtrot dansen.
Hoe vervoeg je foxtrotten?
Je vervoegt foxtrotten als volgt: de tegenwoordige tijd is foxtrot, de verleden tijd is foxtrotte en het voltooid deelwoord is gefoxtrot. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord foxtrotten is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. O 1
  3. X 8
  4. T 2
  5. R 2
  6. O 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

foxtrotten levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 120 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. O 1
  3. X 8
  4. T 2
  5. R 2
  6. O 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 zonder bonus
  12. 120 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (X) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

foxtrotten in het kort

foxtrotten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van foxtrotten zijn 37 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort foxtrotten bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

foxtrotten: de foxtrot dansen
Deel foxtrotten — standaardnederlands.nl