foxtrot
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈfɔkstrɔtBetekenis
- stijldans in vierkwartsmaat
- spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter f
- foxtrotten
Hoe spreek je foxtrot uit?
/ˈfɔkstrɔt/
Foxtrot bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| foxtrotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| foxtrotjes | verkleinwoord, meervoud |
| foxtrots | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van foxtrotten
- gebiedende wijs van foxtrotten
Vervoeging van foxtrot
foxtrothele werkwoord
Herkomst
van Engels foxtrot, in de betekenis van ‘dans’ voor het eerst aangetroffen in 1919
Woordfamilie van foxtrot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| foxtrotje | verkleinwoord | foxtrot |
| foxtrotjes | verkleinwoord meervoud | foxtrot |
| foxtrots | meervoud | foxtrot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van foxtrot zijn vastgelegd.