foxterriër
zelfstandig naamwoordBetekenis
- naam voor twee verschillende hondenrassen n.l. de gladharige foxterriër en de draadharige foxterriër, rassen speciaal gekweekt voor de vossenjacht
zelfstandig naamwoord — masculine
- naam voor twee verschillende hondenrassen: de gladharige foxterriër en de draadharige foxterriër, rassen speciaal gekweekt voor de vossenjacht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| foxterriërs | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hondensoort’ voor het eerst aangetroffen in 1889
Woordfamilie van foxterriër
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| foxterriërs | meervoud | foxterriër |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van foxterriër zijn vastgelegd.