| ev. |
gebiedende wijs
|
| forens |
gebiedende wijs
|
| forensde |
verleden tijd
|
| forenze |
aanvoegende wijs
|
| forenzend |
onvoltooid, deelwoord
|
| geforensd |
verleden tijd, deelwoord
|
| geforensd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geforensd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had geforensd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had geforensd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had geforensd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden geforensd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden geforensd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden geforensd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt geforensd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb geforensd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben geforensd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben geforensd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben geforensd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben geforensd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt geforensd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft geforensd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft geforensd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| te forenzen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te hebben geforensd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen forenzen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| zal forenzen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal forenzen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal forenzen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zal geforensd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal geforensd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal geforensd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zou forenzen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou forenzen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou forenzen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zou geforensd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou geforensd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou geforensd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden forenzen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden forenzen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden forenzen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zouden geforensd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden geforensd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden geforensd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zoudt forenzen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zoudt geforensd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zullen forenzen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen forenzen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen forenzen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen forenzen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zullen geforensd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen geforensd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen geforensd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zult forenzen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zult geforensd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|