fontanel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- nog niet verbeende plek in de schedel van een baby
- een beschermkoker rond de kleppen van sommige oude muziekinstrumenten als de pommer en schalmei
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fontanellen | meervoud |
| fontanelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fontanelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zacht deel van schedeldak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Woordfamilie van fontanel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fontanellen | meervoud | fontanel |
| fontanelletje | verkleinwoord | fontanel |
| fontanelletjes | verkleinwoord meervoud | fontanel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fontanel zijn vastgelegd.