figureren
werkwoordBetekenis
- een rol vervullen
- optreden als figurant
- voorkomen, vermeld staan
Vervoeging van figureren
figurerenhele werkwoord — figureerdeverleden tijd enkelvoud — figureerdenverleden tijd meervoud — gefigureerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | figureer | figureerde |
| jij | figureert | figureerde |
| hij, zij, het | figureert | figureerde |
| wij | figureren | figureerden |
| jullie | figureren | figureerden |
| zij | figureren | figureerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| figureer | gebiedende wijs |
| figureerde | verleden tijd |
| figurere | aanvoegende wijs |
| figurerend | onvoltooid, deelwoord |
| gefigureerd | verleden tijd, deelwoord |
| gefigureerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefigureerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefigureerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefigureerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefigureerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefigureerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefigureerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefigureerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefigureerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefigureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefigureerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefigureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefigureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefigureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefigureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefigureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefigureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te figureren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefigureerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen figureren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal figureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal figureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal figureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefigureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefigureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefigureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou figureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou figureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou figureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefigureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefigureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefigureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden figureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden figureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden figureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefigureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefigureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefigureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt figureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefigureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen figureren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen figureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen figureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen figureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefigureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefigureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefigureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult figureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefigureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse figurer of daarvoor van het Latijnse 'figūrāre' (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van figureren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| figureer | gebiedende wijs | figureren |
| figureerde | verleden tijd | figureren |
| figureerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | figureren |
| figureert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | figureren |
| figurere | aanvoegende wijs | figureren |
| figurerend | onvoltooid deelwoord | figureren |
| figurerende | woordvorm | figureren |
| gefigureerd | voltooid deelwoord | figureren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van figureren zijn vastgelegd.