Naar de inhoud

faxen

versturen per fax

faxen is meer dan één woord

faxen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. versturen per fax

Vervoeging van faxen

faxenhele werkwoord — faxteverleden tijd enkelvoud — faxtenverleden tijd meervoud — gefaxtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik fax faxte
jij faxt faxte
hij, zij, het faxt faxte
wij faxen faxten
jullie faxen faxten
zij faxen faxten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gefaxt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gefaxt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gefaxt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gefaxt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gefaxt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gefaxt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gefaxt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gefaxt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gefaxt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gefaxt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
fax gebiedende wijs
faxe aanvoegende wijs
faxend onvoltooid, deelwoord
faxte verleden tijd
gefaxt verleden tijd, deelwoord
gefaxt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefaxt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gefaxt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefaxt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefaxt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefaxt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefaxt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gefaxt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefaxt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gefaxt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefaxt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefaxt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefaxt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefaxt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefaxt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefaxt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefaxt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefaxt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefaxt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefaxt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefaxt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefaxt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefaxt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefaxt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefaxt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gefaxt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gefaxt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te faxen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefaxt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen faxen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gefaxt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefaxt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gefaxt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gefaxt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gefaxt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gefaxt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gefaxt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gefaxt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gefaxt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gefaxt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gefaxt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gefaxt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gefaxt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gefaxt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gefaxt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gefaxt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gefaxt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gefaxt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gefaxt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gefaxt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal faxen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal faxen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal faxen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefaxt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefaxt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefaxt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gefaxt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefaxt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gefaxt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefaxt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gefaxt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gefaxt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gefaxt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gefaxt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou faxen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou faxen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou faxen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefaxt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefaxt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefaxt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gefaxt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefaxt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gefaxt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefaxt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefaxt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefaxt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden faxen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden faxen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden faxen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefaxt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefaxt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefaxt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefaxt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gefaxt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gefaxt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gefaxt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefaxt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefaxt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt faxen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefaxt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefaxt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gefaxt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen faxen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen faxen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen faxen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen faxen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefaxt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefaxt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefaxt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefaxt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gefaxt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gefaxt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gefaxt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefaxt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefaxt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult faxen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefaxt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefaxt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gefaxt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord fax

Woordfamilie van faxen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
faxe aanvoegende wijs faxen
faxend onvoltooid deelwoord faxen
faxende woordvorm faxen
faxt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon faxen
faxte verleden tijd faxen
faxten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon faxen
gefaxt voltooid deelwoord faxen
gefaxte woordvorm faxen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van faxen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over faxen

Wat is de betekenis van faxen?
Faxen is een werkwoord. De betekenis is: versturen per fax.
Hoe vervoeg ik faxen?
Zo vervoeg je faxen zo: de tegenwoordige tijd is fax, de verleden tijd is faxte en het voltooid deelwoord is gefaxt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord faxen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. A 1
  3. X 8
  4. E 1
  5. N 1
  6. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

faxen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. A 1
  3. X 8
  4. E 1
  5. N 1
  6. 15 zonder bonus
  7. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (X) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

faxen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

faxen in het kort

faxen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van faxen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort faxen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

faxen: versturen per fax
Deel faxen — standaardnederlands.nl