faceliften
werkwoord ˈfeslɪftə(n)Betekenis
- door kosmetische chirurgie ontdoen van rimpels en vetweefsel in het gelaat
- van een vernieuwd uiterlijk voorzien
Hoe spreek je faceliften uit?
/ˈfeslɪftən/
Faceliften bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| e | veel |
| s | sok |
| l | land |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van faceliften
faceliftenhele werkwoord — faceliftteverleden tijd enkelvoud — facelifttenverleden tijd meervoud — gefaceliftvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | facelift | faceliftte |
| jij | facelift | faceliftte |
| hij, zij, het | facelift | faceliftte |
| wij | faceliften | faceliftten |
| jullie | faceliften | faceliftten |
| zij | faceliften | faceliftten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| facelift | gebiedende wijs |
| facelifte | aanvoegende wijs |
| faceliftend | onvoltooid, deelwoord |
| faceliftte | verleden tijd |
| gefacelift | verleden tijd, deelwoord |
| gefacelift te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefacelift zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefacelift | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefacelift | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefacelift | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefacelift | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefacelift | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefacelift | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefacelift | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefacelift | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefacelift | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefacelift | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefacelift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefacelift | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefacelift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefacelift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefacelift | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te faceliften | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefacelift | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen faceliften | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal faceliften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal faceliften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal faceliften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefacelift hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefacelift hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefacelift hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou faceliften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou faceliften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou faceliften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefacelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefacelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefacelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden faceliften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden faceliften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden faceliften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefacelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefacelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefacelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt faceliften | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefacelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen faceliften | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen faceliften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen faceliften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen faceliften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefacelift hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefacelift hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefacelift hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult faceliften | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefacelift hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
van Engels facelift ww
Woordfamilie van faceliften
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| facelifte | aanvoegende wijs | faceliften |
| faceliftend | onvoltooid deelwoord | faceliften |
| faceliftende | woordvorm | faceliften |
| faceliftte | verleden tijd | faceliften |
| faceliftten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | faceliften |
| gefacelift | voltooid deelwoord | faceliften |
| gefacelifte | woordvorm | faceliften |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van faceliften zijn vastgelegd.