extirperen
werkwoordBetekenis
- (met wortel en tak) uitroeien, rooien
werkwoord
- uitroeien, rooien
Vervoeging van extirperen
extirperenhele werkwoord — extirpeerdeverleden tijd enkelvoud — extirpeerdenverleden tijd meervoud — geëxtirpeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | extirpeer | extirpeerde |
| jij | extirpeert | extirpeerde |
| hij, zij, het | extirpeert | extirpeerde |
| wij | extirperen | extirpeerden |
| jullie | extirperen | extirpeerden |
| zij | extirperen | extirpeerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| extirpeer | gebiedende wijs |
| extirpeerde | verleden tijd |
| extirpere | aanvoegende wijs |
| extirperend | onvoltooid, deelwoord |
| geëxtirpeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geëxtirpeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëxtirpeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geëxtirpeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geëxtirpeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geëxtirpeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geëxtirpeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geëxtirpeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geëxtirpeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geëxtirpeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geëxtirpeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëxtirpeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geëxtirpeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëxtirpeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geëxtirpeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geëxtirpeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëxtirpeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëxtirpeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te extirperen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geëxtirpeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen extirperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal extirperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal extirperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal extirperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geëxtirpeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëxtirpeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geëxtirpeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou extirperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou extirperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou extirperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geëxtirpeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëxtirpeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëxtirpeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden extirperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden extirperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden extirperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geëxtirpeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëxtirpeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëxtirpeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt extirperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geëxtirpeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen extirperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen extirperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen extirperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen extirperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geëxtirpeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geëxtirpeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geëxtirpeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult extirperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geëxtirpeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse extirper (met het voorvoegsel ex-) met het achtervoegsel -eren
Woordfamilie van extirperen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| extirpeer | gebiedende wijs | extirperen |
| extirpeerde | verleden tijd | extirperen |
| extirpeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | extirperen |
| extirpeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | extirperen |
| extirpere | aanvoegende wijs | extirperen |
| extirperend | onvoltooid deelwoord | extirperen |
| extirperende | woordvorm | extirperen |
| geëxtirpeerd | voltooid deelwoord | extirperen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van extirperen zijn vastgelegd.