executeren
werkwoordBetekenis
- uitvoeren van een vonnis, tenuitvoerbrengen, voltrekken
- een doodvonnis ten uitvoer brengen, terechtstellen
- inbeslagnemien en verkopen van iemands bezittingen wegens schuld, gerechtelijk verkopen
- zich ~: zich insolvent verklaren
Vervoeging van executeren
executerenhele werkwoord — executeerdeverleden tijd enkelvoud — executeerdenverleden tijd meervoud — geëxecuteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | executeer | executeerde |
| jij | executeert | executeerde |
| hij, zij, het | executeert | executeerde |
| wij | executeren | executeerden |
| jullie | executeren | executeerden |
| zij | executeren | executeerden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geëxecuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geëxecuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geëxecuteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geëxecuteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geëxecuteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geëxecuteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geëxecuteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geëxecuteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geëxecuteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geëxecuteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| executeer | gebiedende wijs |
| executeer me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| executeer u/je , executeert je | gebiedende wijs |
| executeerde | verleden tijd |
| executeerde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| executeerde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| executeerde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| executeerde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| executeerde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| executeerde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| executeerde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| executeerden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| executeerden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| executeerden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| executeert je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| executeert u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| executeert u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| executeert zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| executeert zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| executeert zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| executere | aanvoegende wijs |
| executere zich | aanvoegende wijs |
| executeren je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| executeren ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| executeren zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| executerend | onvoltooid, deelwoord |
| geëxecuteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geëxecuteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geëxecuteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geëxecuteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëxecuteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëxecuteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geëxecuteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geëxecuteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geëxecuteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geëxecuteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geëxecuteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geëxecuteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geëxecuteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geëxecuteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geëxecuteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geëxecuteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geëxecuteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geëxecuteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geëxecuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëxecuteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geëxecuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geëxecuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geëxecuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geëxecuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëxecuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geëxecuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geëxecuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geëxecuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te executeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geëxecuteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen executeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geëxecuteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëxecuteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geëxecuteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geëxecuteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geëxecuteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geëxecuteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geëxecuteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geëxecuteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geëxecuteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geëxecuteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geëxecuteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geëxecuteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geëxecuteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geëxecuteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geëxecuteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geëxecuteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geëxecuteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geëxecuteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geëxecuteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geëxecuteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal executeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal executeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal executeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geëxecuteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëxecuteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geëxecuteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geëxecuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëxecuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geëxecuteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geëxecuteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me executeren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich executeren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je executeren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich executerend | onvoltooid, deelwoord |
| zich geëxecuteerd hebben | verleden tijd |
| zijn geëxecuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geëxecuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geëxecuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geëxecuteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou executeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou executeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou executeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geëxecuteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëxecuteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëxecuteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geëxecuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëxecuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geëxecuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëxecuteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geëxecuteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geëxecuteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden executeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden executeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden executeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geëxecuteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëxecuteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëxecuteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geëxecuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geëxecuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geëxecuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geëxecuteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geëxecuteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geëxecuteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt executeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geëxecuteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geëxecuteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geëxecuteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen executeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen executeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen executeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen executeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘(vonnis) voltrekken’ voor het eerst aangetroffen in 1454
Woordfamilie van executeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| executeer | gebiedende wijs | executeren |
| executeerde | verleden tijd | executeren |
| executeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | executeren |
| executeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | executeren |
| executere | aanvoegende wijs | executeren |
| executerend | onvoltooid deelwoord | executeren |
| executerende | woordvorm | executeren |
| geëxecuteerd | voltooid deelwoord | executeren |
| geëxecuteerde | woordvorm | executeren |
| geëxecuteerden | meervoud | geëxecuteerde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van executeren zijn vastgelegd.