Naar de inhoud

etaleren

uitstallen, tentoonspreiden

etaleren

werkwoord

Betekenis

  1. uitstallen, tentoonspreiden

Vervoeging van etaleren

etalerenhele werkwoord — etaleerdeverleden tijd enkelvoud — etaleerdenverleden tijd meervoud — geëtaleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik etaleer etaleerde
jij etaleert etaleerde
hij, zij, het etaleert etaleerde
wij etaleren etaleerden
jullie etaleren etaleerden
zij etaleren etaleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geëtaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geëtaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geëtaleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geëtaleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geëtaleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geëtaleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geëtaleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geëtaleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geëtaleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geëtaleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
etaleer gebiedende wijs
etaleerde verleden tijd
etalere aanvoegende wijs
etalerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geëtaleerd verleden tijd, deelwoord
geëtaleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëtaleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëtaleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëtaleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëtaleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëtaleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëtaleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëtaleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëtaleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëtaleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëtaleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëtaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëtaleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëtaleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëtaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëtaleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëtaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëtaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëtaleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëtaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëtaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëtaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëtaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëtaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëtaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geëtaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geëtaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te etaleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëtaleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen etaleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geëtaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëtaleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geëtaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëtaleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geëtaleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geëtaleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geëtaleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geëtaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geëtaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geëtaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geëtaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geëtaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geëtaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geëtaleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geëtaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geëtaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geëtaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geëtaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geëtaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geëtaleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal etaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal etaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal etaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëtaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëtaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëtaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geëtaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëtaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geëtaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëtaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geëtaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geëtaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geëtaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geëtaleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou etaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou etaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou etaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëtaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëtaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëtaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geëtaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëtaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geëtaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëtaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëtaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëtaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden etaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden etaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden etaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëtaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëtaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëtaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëtaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geëtaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geëtaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëtaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëtaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëtaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt etaleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëtaleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëtaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëtaleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen etaleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen etaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen etaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen etaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëtaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëtaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëtaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëtaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geëtaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geëtaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëtaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëtaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëtaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult etaleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëtaleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëtaleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëtaleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse étaler (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van etaleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
etaleer gebiedende wijs etaleren
etaleerde verleden tijd etaleren
etaleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon etaleren
etaleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon etaleren
etalere aanvoegende wijs etaleren
etalerend onvoltooid deelwoord etaleren
etalerende woordvorm etaleren
geëtaleerd voltooid deelwoord etaleren
geëtaleerde woordvorm etaleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van etaleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over etaleren

Wat is de betekenis van etaleren?
Etaleren is een werkwoord. De betekenis is: uitstallen, tentoonspreiden.
Hoe vervoeg ik etaleren?
Zo vervoeg je etaleren zo: de tegenwoordige tijd is etaleer, de verleden tijd is etaleerde en het voltooid deelwoord is geëtaleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord etaleren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. T 2
  3. A 1
  4. L 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

etaleren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. T 2
  3. A 1
  4. L 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

etaleren in het kort

etaleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van etaleren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort etaleren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

etaleren: uitstallen, tentoonspreiden
Deel etaleren — standaardnederlands.nl