Naar de inhoud

echten

in het huwelijk treden

echten

werkwoord

Betekenis

  1. in het huwelijk treden
  2. de legitimiteit van een kind bij de trouwerij erkennen
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van echten

echtenhele werkwoord — echtteverleden tijd enkelvoud — echttenverleden tijd meervoud — geëchtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik echt echtte
jij echt echtte
hij, zij, het echt echtte
wij echten echtten
jullie echten echtten
zij echten echtten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geëcht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geëcht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
echt gebiedende wijs
echte aanvoegende wijs
echtend onvoltooid, deelwoord
echtte verleden tijd
er is geëcht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geëcht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geëcht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geëcht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geëcht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geëcht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geëcht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geëcht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geëcht verleden tijd, deelwoord
geëcht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëcht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëcht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëcht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëcht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëcht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëcht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëcht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëcht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëcht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëcht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëcht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëcht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëcht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëcht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëcht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëcht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëcht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëcht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëcht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëcht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëcht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëcht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëcht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëcht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geëcht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geëcht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te echten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëcht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen echten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geëcht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëcht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geëcht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëcht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geëcht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geëcht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geëcht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geëcht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geëcht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geëcht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geëcht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geëcht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geëcht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geëcht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geëcht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geëcht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geëcht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geëcht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geëcht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geëcht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal echten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal echten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal echten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëcht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëcht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëcht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geëcht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëcht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geëcht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëcht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geëcht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geëcht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geëcht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geëcht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou echten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou echten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou echten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëcht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëcht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëcht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geëcht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëcht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geëcht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëcht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëcht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëcht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden echten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden echten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden echten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëcht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëcht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëcht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëcht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geëcht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geëcht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëcht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëcht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëcht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt echten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëcht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëcht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëcht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen echten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen echten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen echten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen echten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëcht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëcht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëcht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëcht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geëcht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geëcht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëcht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëcht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëcht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult echten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëcht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëcht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëcht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van echten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
echtend onvoltooid deelwoord echten
echtende woordvorm echten
echtte verleden tijd echten
echtten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon echten
geëcht voltooid deelwoord echten
geëchte woordvorm echten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van echten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over echten

Wat is de betekenis van echten?
Echten is een werkwoord. De betekenis is: in het huwelijk treden. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik echten?
Zo vervoeg je echten zo: de tegenwoordige tijd is echt, de verleden tijd is echtte en het voltooid deelwoord is geëcht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord echten is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. C 5
  3. H 4
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

echten levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. C 5
  3. H 4
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

echten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

echten in het kort

echten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van echten staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort echten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

echten: in het huwelijk treden
Deel echten — standaardnederlands.nl