duwen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /dy.ʋǝⁿ/Betekenis
- door druk uit te oefenen doen voortbewegen
- iemand iets opleggen of opdringen
Hoe spreek je duwen uit?
/dywǝⁿ/
Duwen bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| y | fuut |
| w | quiz |
Vervoeging van duwen
duwenhele werkwoord — duwdeverleden tijd enkelvoud — duwdenverleden tijd meervoud — geduwdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | duw | duwde |
| jij | duwt | duwde |
| hij, zij, het | duwt | duwde |
| wij | duwen | duwden |
| jullie | duwen | duwden |
| zij | duwen | duwden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geduwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geduwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| duw | gebiedende wijs |
| duwde | verleden tijd |
| duwe | aanvoegende wijs |
| duwend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geduwd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geduwd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geduwd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geduwd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geduwd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geduwd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geduwd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geduwd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geduwd | verleden tijd, deelwoord |
| geduwd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geduwd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geduwd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geduwd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geduwd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geduwd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geduwd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geduwd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geduwd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geduwd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geduwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geduwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geduwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geduwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geduwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geduwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geduwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geduwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geduwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geduwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geduwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geduwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geduwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geduwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geduwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geduwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geduwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te duwen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geduwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen duwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geduwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geduwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geduwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geduwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geduwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geduwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geduwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geduwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geduwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geduwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geduwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geduwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geduwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geduwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geduwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geduwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geduwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geduwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geduwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geduwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal duwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal duwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal duwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geduwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geduwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geduwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geduwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geduwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geduwd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geduwd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geduwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geduwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geduwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geduwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou duwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou duwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou duwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geduwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geduwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geduwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geduwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geduwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geduwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geduwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geduwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geduwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden duwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden duwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden duwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geduwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geduwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geduwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geduwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geduwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geduwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geduwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geduwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geduwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt duwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geduwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geduwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geduwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen duwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen duwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen duwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen duwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geduwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geduwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geduwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geduwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geduwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geduwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geduwd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geduwd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geduwd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult duwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geduwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geduwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geduwd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord duw
Herkomst
In de betekenis van ‘door drukking voortbewegen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Woordfamilie van duwen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| duwde | verleden tijd | duwen |
| duwden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | duwen |
| duwe | aanvoegende wijs | duwen |
| duwend | onvoltooid deelwoord | duwen |
| duwende | woordvorm | duwen |
| duwt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | duwen |
| geduwd | voltooid deelwoord | duwen |
| geduwde | woordvorm | duwen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van duwen zijn vastgelegd.