dringen
werkwoordBetekenis
- met het gehele lijf duwen
Vervoeging van dringen
dringenhele werkwoord — drongverleden tijd enkelvoud — drongenverleden tijd meervoud — gedrongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dring | drong |
| jij | dringt | drong |
| hij, zij, het | dringt | drong |
| wij | dringen | drongen |
| jullie | dringen | drongen |
| zij | dringen | drongen |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dring | gebiedende wijs |
| dringe | aanvoegende wijs |
| dringend | onvoltooid, deelwoord |
| drong | verleden tijd |
| er is gedrongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedrongen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedrongen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedrongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedrongen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedrongen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedrongen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedrongen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedrongen | verleden tijd, deelwoord |
| gedrongen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedrongen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dringen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘druk doen gelden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1290
Woordfamilie van dringen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dring | gebiedende wijs | dringen |
| dringe | aanvoegende wijs | dringen |
| dringt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dringen |
| drong | verleden tijd | dringen |
| drongen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dringen |
| drongt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | dringen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dringen zijn vastgelegd.