Naar de inhoud

duimen

voortdurend herhaald handgebaar bedoeld om geluk te brengen (zie w:Duimen_(steun)|Duimen op Wikipedia)

duimen is meer dan één woord

duimen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈdɶy.mə(n)/

Betekenis

  1. voortdurend herhaald handgebaar bedoeld om geluk te brengen (zie w:Duimen_(steun)|Duimen op Wikipedia)
  2. hopen
  3. duimendraaien
  4. nietsdoen
  5. handgebaar van een lifter om automobilisten te laten weten dat hij wil meerijden
  6. duimzuigen
  7. Bargoens: vals spelen
  8. met de duim bewerken

Hoe spreek je duimen uit?

/ˈdɶymən/

Duimen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdɶymən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
y fuut
m maan
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. voortdurend herhaald handgebaar bedoeld om geluk te brengen (zie Duimen op Wikipedia)
  2. : vals spelen

Vervoeging van duimen

duimenhele werkwoord — duimdeverleden tijd enkelvoud — duimdenverleden tijd meervoud — geduimdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik duim duimde
jij duimt duimde
hij, zij, het duimt duimde
wij duimen duimden
jullie duimen duimden
zij duimen duimden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
duim gebiedende wijs
duimde verleden tijd
duime aanvoegende wijs
duimend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geduimd verleden tijd, deelwoord
geduimd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geduimd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geduimd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geduimd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geduimd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geduimd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geduimd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geduimd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geduimd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geduimd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geduimd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geduimd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geduimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geduimd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geduimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geduimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geduimd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te duimen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geduimd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen duimen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal duimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal duimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal duimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geduimd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geduimd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geduimd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou duimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou duimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou duimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geduimd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geduimd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geduimd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden duimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden duimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden duimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geduimd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geduimd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geduimd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt duimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geduimd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen duimen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen duimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen duimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen duimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geduimd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geduimd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geduimd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult duimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geduimd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord duim

Herkomst

ww afgeleid van duim zn met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van duimen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
duimde verleden tijd duimen
duimden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon duimen
duime aanvoegende wijs duimen
duimend onvoltooid deelwoord duimen
duimende woordvorm duimen
duimt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon duimen
geduimd voltooid deelwoord duimen
geduimde woordvorm duimen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van duimen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over duimen

Hoe spreek ik duimen uit?
Zo spreek je duimen uit: /ˈdɶy.mə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van duimen?
Duimen is een werkwoord. De betekenis is: voortdurend herhaald handgebaar bedoeld om geluk te brengen (zie w:Duimen_(steun)|Duimen op Wikipedia). In totaal staan er 10 betekenissen.
Hoe vervoeg ik duimen?
Zo vervoeg je duimen zo: de tegenwoordige tijd is duim, de verleden tijd is duimde en het voltooid deelwoord is geduimd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op duimen?

Er staan 3 woorden in dit woordenboek die op duimen rijmen, waaronder bitumen, lumen en monovolumen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op duimen, uitspraak ˈdɶymən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bitumen 3
lumen 2
monovolumen 5

Scrabble punten

Naar spel

Het woord duimen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. U 4
  3. I 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

duimen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. U 2
  3. I 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

duimen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

duimen in het kort

duimen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 10 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van duimen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort duimen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

duimen: voortdurend herhaald handgebaar bedoeld om geluk te brengen (zie w:Duimen_(steun)|Duimen op Wikipedia)
Deel duimen — standaardnederlands.nl