Naar de inhoud

dubbelen

een dubbelspel spelen

dubbelen is meer dan één woord

dubbelen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een dubbelspel spelen
  2. tweemaal groter maken
  3. een beschermende laag aanbrengen
  4. op een nieuwe papieren onderlaag plakken
  5. op een ronde achterstand zetten
  6. (in België) doubleren, blijven zitten, een jaar overdoen

werkwoord

  1. verdubbelen, tweemaal groter maken obsolete, transitive
  2. doubleren, blijven zitten, een jaar overdoen transitive

Vervoeging van dubbelen

dubbelenhele werkwoord — dubbeldeverleden tijd enkelvoud — dubbeldenverleden tijd meervoud — gedubbeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dubbel dubbelde
jij dubbelt dubbelde
hij, zij, het dubbelt dubbelde
wij dubbelen dubbelden
jullie dubbelen dubbelden
zij dubbelen dubbelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dubbel gebiedende wijs
dubbelde verleden tijd
dubbele aanvoegende wijs
dubbelend onvoltooid, deelwoord
er is gedubbeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedubbeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedubbeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedubbeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedubbeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedubbeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedubbeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedubbeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedubbeld verleden tijd, deelwoord
gedubbeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedubbeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedubbeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedubbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedubbeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedubbeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedubbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedubbeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedubbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedubbeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedubbeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedubbeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedubbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedubbeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedubbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedubbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedubbeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dubbelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedubbeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dubbelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal dubbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dubbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dubbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedubbeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedubbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedubbeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou dubbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dubbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dubbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedubbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedubbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedubbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dubbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dubbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dubbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedubbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedubbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedubbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dubbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedubbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dubbelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dubbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dubbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dubbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedubbeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedubbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedubbeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dubbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedubbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord dubbele

Herkomst

afgeleid van dubbel met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van dubbelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dubbelde verleden tijd dubbelen
dubbelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dubbelen
dubbelend onvoltooid deelwoord dubbelen
dubbelende woordvorm dubbelen
dubbelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dubbelen
gedubbeld voltooid deelwoord dubbelen
gedubbelde woordvorm dubbelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dubbelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over dubbelen

Wat betekent dubbelen?
Dubbelen is een werkwoord. Het woord betekent: een dubbelspel spelen. Deze pagina beschrijft 8 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je dubbelen?
Je vervoegt dubbelen als volgt: de tegenwoordige tijd is dubbel, de verleden tijd is dubbelde en het voltooid deelwoord is gedubbeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dubbelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. U 4
  3. B 3
  4. B 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dubbelen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. U 2
  3. B 4
  4. B 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dubbelen in het kort

dubbelen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 8 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van dubbelen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort dubbelen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

dubbelen: een dubbelspel spelen
Deel dubbelen — standaardnederlands.nl