dubbelen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een dubbelspel spelen
- tweemaal groter maken
- een beschermende laag aanbrengen
- op een nieuwe papieren onderlaag plakken
- op een ronde achterstand zetten
- (in België) doubleren, blijven zitten, een jaar overdoen
werkwoord
- verdubbelen, tweemaal groter maken obsolete, transitive
- doubleren, blijven zitten, een jaar overdoen transitive
Vervoeging van dubbelen
dubbelenhele werkwoord — dubbeldeverleden tijd enkelvoud — dubbeldenverleden tijd meervoud — gedubbeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dubbel | dubbelde |
| jij | dubbelt | dubbelde |
| hij, zij, het | dubbelt | dubbelde |
| wij | dubbelen | dubbelden |
| jullie | dubbelen | dubbelden |
| zij | dubbelen | dubbelden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dubbel | gebiedende wijs |
| dubbelde | verleden tijd |
| dubbele | aanvoegende wijs |
| dubbelend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedubbeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedubbeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedubbeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedubbeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedubbeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedubbeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedubbeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedubbeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedubbeld | verleden tijd, deelwoord |
| gedubbeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedubbeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedubbeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedubbeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedubbeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedubbeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedubbeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedubbeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedubbeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedubbeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedubbeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedubbeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedubbeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedubbeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedubbeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedubbeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedubbeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dubbelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedubbeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dubbelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedubbeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedubbeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedubbeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedubbeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedubbeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedubbeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedubbeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedubbeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedubbeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedubbeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dubbelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedubbeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedubbeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedubbeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dubbelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedubbeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord dubbele
Herkomst
afgeleid van dubbel met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van dubbelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dubbelde | verleden tijd | dubbelen |
| dubbelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dubbelen |
| dubbelend | onvoltooid deelwoord | dubbelen |
| dubbelende | woordvorm | dubbelen |
| dubbelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dubbelen |
| gedubbeld | voltooid deelwoord | dubbelen |
| gedubbelde | woordvorm | dubbelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dubbelen zijn vastgelegd.