driehoek
zelfstandig naamwoord ˈdrihukBetekenis
- tweedimensionale geometrische vorm, bestaande uit 3 hoeken en 3 zijden
Hoe spreek je driehoek uit?
/ˈdrihuk/
Driehoek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| i | riet |
| h | hoed |
| u | boek |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- overlegorgaan in Nederland, bestaande uit vertegenwoordigers van politie, het Openbaar Ministerie en een lokale overheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| driehoeken | meervoud |
| driehoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| driehoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands driehoec, op te vatten als samenstelling van drie ht en hoek zn , in de betekenis van ‘deel van plat vlak door drie lijnen ingesloten’ voor het eerst aangetroffen in 1351
Woordfamilie van driehoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| driehoeken | meervoud | driehoek |
| driehoekje | verkleinwoord | driehoek |
| driehoekjes | verkleinwoord meervoud | driehoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van driehoek zijn vastgelegd.