triangel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een slaginstrument in de vorm van een vrijhangende metalen driehoek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| triangels | meervoud |
| triangeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| triangeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘slaginstrument’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Woordfamilie van triangel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| triangels | meervoud | triangel |
| triangeltje | verkleinwoord | triangel |
| triangeltjes | verkleinwoord meervoud | triangel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van triangel zijn vastgelegd.