Naar de inhoud

doubleren

(een leerjaar) nogmaals doorlopen, blijven zitten

doubleren

werkwoord

Betekenis

  1. (een leerjaar) nogmaals doorlopen, blijven zitten
  2. de inzet verdubbelen
  3. voeren (voering aanbrengen)
  4. schilderij voorzien van een steunend doek aan de achterkant van dat schilderij

werkwoord

  1. nogmaals doorlopen, blijven zitten

Vervoeging van doubleren

doublerenhele werkwoord — doubleerdeverleden tijd enkelvoud — doubleerdenverleden tijd meervoud — gedoubleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doubleer doubleerde
jij doubleert doubleerde
hij, zij, het doubleert doubleerde
wij doubleren doubleerden
jullie doubleren doubleerden
zij doubleren doubleerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
doubleer gebiedende wijs
doubleerde verleden tijd
doublere aanvoegende wijs
doublerend onvoltooid, deelwoord
er is gedoubleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedoubleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedoubleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedoubleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedoubleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedoubleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedoubleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedoubleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedoubleerd verleden tijd, deelwoord
gedoubleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedoubleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedoubleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedoubleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedoubleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedoubleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedoubleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedoubleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedoubleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedoubleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedoubleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedoubleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedoubleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedoubleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedoubleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedoubleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedoubleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te doubleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedoubleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doubleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal doubleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doubleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doubleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedoubleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedoubleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedoubleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou doubleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doubleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doubleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedoubleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedoubleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedoubleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doubleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doubleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doubleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedoubleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedoubleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedoubleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt doubleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedoubleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen doubleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doubleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doubleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doubleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedoubleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedoubleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedoubleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult doubleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedoubleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verdubbelen’ voor het eerst aangetroffen in 1581

Woordfamilie van doubleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doubleer gebiedende wijs doubleren
doubleerde verleden tijd doubleren
doubleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doubleren
doubleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doubleren
doublere aanvoegende wijs doubleren
doublerend onvoltooid deelwoord doubleren
doublerende woordvorm doubleren
gedoubleerd voltooid deelwoord doubleren
gedoubleerde woordvorm doubleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doubleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over doubleren

Wat betekent doubleren?
Doubleren is een werkwoord. Het woord betekent: (een leerjaar) nogmaals doorlopen, blijven zitten. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je doubleren?
Je vervoegt doubleren als volgt: de tegenwoordige tijd is doubleer, de verleden tijd is doubleerde en het voltooid deelwoord is gedoubleerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doubleren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. U 4
  4. B 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doubleren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. U 2
  4. B 4
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doubleren in het kort

doubleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van doubleren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort doubleren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

doubleren: (een leerjaar) nogmaals doorlopen, blijven zitten
Deel doubleren — standaardnederlands.nl