doubleren
werkwoordBetekenis
- (een leerjaar) nogmaals doorlopen, blijven zitten
- de inzet verdubbelen
- voeren (voering aanbrengen)
- schilderij voorzien van een steunend doek aan de achterkant van dat schilderij
werkwoord
- nogmaals doorlopen, blijven zitten
Vervoeging van doubleren
doublerenhele werkwoord — doubleerdeverleden tijd enkelvoud — doubleerdenverleden tijd meervoud — gedoubleerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | doubleer | doubleerde |
| jij | doubleert | doubleerde |
| hij, zij, het | doubleert | doubleerde |
| wij | doubleren | doubleerden |
| jullie | doubleren | doubleerden |
| zij | doubleren | doubleerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doubleer | gebiedende wijs |
| doubleerde | verleden tijd |
| doublere | aanvoegende wijs |
| doublerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedoubleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedoubleerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedoubleerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedoubleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedoubleerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedoubleerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedoubleerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedoubleerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedoubleerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedoubleerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedoubleerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedoubleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedoubleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedoubleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedoubleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedoubleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedoubleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedoubleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedoubleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedoubleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedoubleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedoubleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedoubleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedoubleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedoubleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedoubleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te doubleren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedoubleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doubleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal doubleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doubleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doubleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedoubleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedoubleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedoubleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou doubleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doubleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doubleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedoubleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedoubleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedoubleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doubleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doubleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doubleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedoubleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedoubleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedoubleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt doubleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedoubleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen doubleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doubleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doubleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doubleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedoubleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedoubleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedoubleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult doubleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedoubleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verdubbelen’ voor het eerst aangetroffen in 1581
Woordfamilie van doubleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doubleer | gebiedende wijs | doubleren |
| doubleerde | verleden tijd | doubleren |
| doubleerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doubleren |
| doubleert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doubleren |
| doublere | aanvoegende wijs | doubleren |
| doublerend | onvoltooid deelwoord | doubleren |
| doublerende | woordvorm | doubleren |
| gedoubleerd | voltooid deelwoord | doubleren |
| gedoubleerde | woordvorm | doubleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doubleren zijn vastgelegd.