doteren
werkwoordBetekenis
- het inbrengen van 'onzuiverheden' in een materiaal om de materiaaleigenschappen te veranderen
- geven, schenken
Vervoeging van doteren
doterenhele werkwoord — doteerdeverleden tijd enkelvoud — doteerdenverleden tijd meervoud — gedoteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | doteer | doteerde |
| jij | doteert | doteerde |
| hij, zij, het | doteert | doteerde |
| wij | doteren | doteerden |
| jullie | doteren | doteerden |
| zij | doteren | doteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| doteer | gebiedende wijs |
| doteerde | verleden tijd |
| dotere | aanvoegende wijs |
| doterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedoteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedoteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedoteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedoteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedoteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedoteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedoteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedoteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedoteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedoteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedoteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedoteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedoteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedoteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedoteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedoteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedoteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedoteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedoteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedoteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedoteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedoteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedoteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedoteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedoteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedoteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedoteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te doteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedoteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedoteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedoteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedoteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedoteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedoteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedoteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedoteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedoteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedoteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedoteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedoteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedoteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedoteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedoteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedoteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedoteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedoteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedoteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedoteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedoteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedoteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedoteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou doteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedoteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedoteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedoteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedoteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedoteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedoteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt doteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedoteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen doteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedoteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedoteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedoteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult doteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedoteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse doter (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van doteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doteer | gebiedende wijs | doteren |
| doteerde | verleden tijd | doteren |
| doteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doteren |
| doteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doteren |
| dotere | aanvoegende wijs | doteren |
| doterend | onvoltooid deelwoord | doteren |
| doterende | woordvorm | doteren |
| gedoteerd | voltooid deelwoord | doteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doteren zijn vastgelegd.