bruidsgift
zelfstandig naamwoord 'brœytsxɪftBetekenis
- geld of goed dat de bruid meebrengt in het huwelijk als ze in het huwelijk treedt
- minder vaak gebruikt voor het geld of goed dat de bruid ontvangt van de bruidegom
Hoe spreek je bruidsgift uit?
/ˈbrœytsxɪft/
Bruidsgift bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| œy | huis |
| t | tak |
| s | sok |
| x | acht |
| ɪ | pit |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bruidsgiften | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bruid zn en gift zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van bruidsgift
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bruidsgiften | meervoud | bruidsgift |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bruidsgift zijn vastgelegd.