Naar de inhoud

doorspoelen

een vloeistof door iets heen laten stromen, gewoonlijk ter zuivering

doorspoelen

werkwoord ˈdorspulə(n)

Betekenis

  1. een vloeistof door iets heen laten stromen, gewoonlijk ter zuivering
  2. doorgaan met spoelen
  3. een band versneld van de ene spoel op de andere rollen
  4. geheel doorgéven

Hoe spreek je doorspoelen uit?

/ˈdorspulən/

Doorspoelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdorspulən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
o boot
r rood
s sok
p pak
u boek
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van doorspoelen

doorspoelenhele werkwoord — doorspoeldeverleden tijd enkelvoud — doorspoeldenverleden tijd meervoud — doorgespoeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doorspoel doorspoelde
jij doorspoelt doorspoelde
hij, zij, het doorspoelt doorspoelde
wij spoelen door doorspoelden
jullie spoelen door doorspoelden
zij spoelen door doorspoelden
Alle 204 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[A] dóórspoelen canonical
ben doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
door te spoelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen spoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal spoelen bijzin, toekomende tijd
door zou spoelen bijzin, voorwaardelijk
door zouden spoelen bijzin, voorwaardelijk
door zoudt spoelen bijzin, voorwaardelijk
door zullen spoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen spoelen bijzin, toekomende tijd
door zult spoelen bijzin, toekomende tijd
doorgespoeld verleden tijd, deelwoord
doorgespoeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgespoeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorspoel gebiedende wijs
doorspoel bijzin, tegenwoordige tijd
doorspoeld verleden tijd, deelwoord
doorspoeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorspoeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorspoeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorspoeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorspoeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorspoeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorspoeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorspoeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorspoeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorspoeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorspoelde bijzin, verleden tijd
doorspoelden bijzin, verleden tijd
doorspoele aanvoegende wijs
doorspoelend onvoltooid, deelwoord
doorspoelt bijzin, tegenwoordige tijd
er is doorgespoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er is doorspoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgespoeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er was doorspoeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgespoeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er werd doorspoeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgespoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er wordt doorspoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgespoeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgespoeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zal doorspoeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorspoeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgespoeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgespoeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
er zou doorspoeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorspoeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorgespoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgespoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
had doorspoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorspoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorspoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgespoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgespoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorspoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorspoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorspoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadt doorspoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
heb doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgespoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebben doorspoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heeft doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spoel door gebiedende wijs
spoelde door verleden tijd
te doorspoelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doorgespoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doorspoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorspoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doorspoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorspoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doorspoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorspoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorspoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doorspoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doorspoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doorgespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorspoeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorspoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorspoeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorspoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorspoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorspoeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorspoeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorspoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorspoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorspoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorspoelen bijzin, toekomende tijd
zijn doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doorgespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorspoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorspoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorspoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorspoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorspoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doorspoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorspoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon

Vervoeging van doorspoelen

doorspoelenhele werkwoord — doorspoeldeverleden tijd enkelvoud — doorspoeldenverleden tijd meervoud — doorgespoeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doorspoel doorspoelde
jij doorspoelt doorspoelde
hij, zij, het doorspoelt doorspoelde
wij spoelen door doorspoelden
jullie spoelen door doorspoelden
zij spoelen door doorspoelden
Alle 204 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[B] doorspóélen canonical
ben doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
door te spoelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen spoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal spoelen bijzin, toekomende tijd
door zou spoelen bijzin, voorwaardelijk
door zouden spoelen bijzin, voorwaardelijk
door zoudt spoelen bijzin, voorwaardelijk
door zullen spoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen spoelen bijzin, toekomende tijd
door zult spoelen bijzin, toekomende tijd
doorgespoeld verleden tijd, deelwoord
doorgespoeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgespoeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorspoel gebiedende wijs
doorspoel bijzin, tegenwoordige tijd
doorspoeld verleden tijd, deelwoord
doorspoeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorspoeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorspoeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorspoeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorspoeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorspoeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorspoeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorspoeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorspoeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorspoeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorspoelde verleden tijd
doorspoelde bijzin, verleden tijd
doorspoelden bijzin, verleden tijd
doorspoele aanvoegende wijs
doorspoelend onvoltooid, deelwoord
doorspoelt bijzin, tegenwoordige tijd
er is doorgespoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er is doorspoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgespoeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er was doorspoeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgespoeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er werd doorspoeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgespoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er wordt doorspoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgespoeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgespoeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zal doorspoeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorspoeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgespoeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgespoeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
er zou doorspoeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorspoeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorgespoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgespoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
had doorspoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorspoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorspoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgespoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgespoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorspoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorspoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorspoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadt doorspoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
heb doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgespoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebben doorspoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heeft doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spoel door gebiedende wijs
te doorspoelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doorgespoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doorspoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorspoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doorspoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorspoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doorspoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorspoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorspoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doorspoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doorspoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorspoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doorgespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorspoeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorspoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorspoeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorspoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorspoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorspoeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorspoeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorspoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorspoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorspoelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorspoelen bijzin, toekomende tijd
zijn doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doorspoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doorgespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorspoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorspoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorspoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorspoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorspoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doorspoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorspoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon

Woordfamilie van doorspoelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorgespoeld voltooid deelwoord doorspoelen
doorgespoelde woordvorm doorspoelen
doorspoel subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorspoelen
doorspoeld voltooid deelwoord doorspoelen
doorspoelde subordinate-clause, verleden tijd doorspoelen
doorspoelden subordinate-clause, verleden tijd doorspoelen
doorspoele aanvoegende wijs doorspoelen
doorspoelend onvoltooid deelwoord doorspoelen
doorspoelende woordvorm doorspoelen
doorspoelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorspoelen
spoel door gebiedende wijs doorspoelen
spoelde door verleden tijd doorspoelen
spoelden door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorspoelen
spoele door woordvorm doorspoelen
spoelen door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorspoelen
spoelt door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doorspoelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorspoelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorspoelen

Hoe spreek ik doorspoelen uit?
Zo spreek je doorspoelen uit: /ˈdorspulə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van doorspoelen?
Doorspoelen is een werkwoord. De betekenis is: een vloeistof door iets heen laten stromen, gewoonlijk ter zuivering. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik doorspoelen?
Zo vervoeg je doorspoelen zo: de tegenwoordige tijd is doorspoel, de verleden tijd is doorspoelde en het voltooid deelwoord is doorgespoeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorspoelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. P 3
  7. O 1
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorspoelen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. P 4
  7. O 1
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorspoelen in het kort

doorspoelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van doorspoelen staan er 117 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doorspoelen bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doorspoelen: een vloeistof door iets heen laten stromen, gewoonlijk ter zuivering
Deel doorspoelen — standaardnederlands.nl