doorspitten
werkwoordBetekenis
- Zeer nauwkeurig en arbeidsintensief iets onderzoeken.
Vervoeging van doorspitten
doorspittenhele werkwoord — spitte doorverleden tijd enkelvoud — spitten doorverleden tijd meervoud — doorgespitvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | spit door | spitte door |
| jij | spit door | spitte door |
| hij, zij, het | spit door | spitte door |
| wij | spitten door | spitten door |
| jullie | spitten door | spitten door |
| zij | spitten door | spitten door |
Alle 72 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| door te spitten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen spitten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal spitten | bijzin, toekomende tijd |
| door zou spitten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden spitten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt spitten | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen spitten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen spitten | bijzin, toekomende tijd |
| door zult spitten | bijzin, toekomende tijd |
| doorgespit | verleden tijd, deelwoord |
| doorgespit te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgespit zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorspit | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorspitte | bijzin, verleden tijd |
| doorspittend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgespit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgespit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgespit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgespit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgespit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgespit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgespit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgespit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgespit | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgespit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgespit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgespit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgespit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgespit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgespit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| spit door | gebiedende wijs |
| spitte door | verleden tijd |
| te hebben doorgespit | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doorspitten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal doorgespit hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgespit hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgespit hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doorspitten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doorspitten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doorspitten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doorspitten | bijzin, toekomende tijd |
| zou doorgespit hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgespit hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgespit hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doorspitten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doorspitten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doorspitten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doorspitten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doorspitten door zou(dt) spitten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgespit hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgespit hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgespit hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doorspitten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doorspitten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doorspitten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doorspitten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorgespit hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doorspitten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doorspitten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doorgespit hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgespit hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgespit hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doorspitten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doorspitten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doorspitten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doorspitten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doorspitten | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorgespit hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult doorspitten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult doorspitten | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal doorspitten door zult/zal spitten | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van door bw en spitten ww
Woordfamilie van doorspitten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgespit | voltooid deelwoord | doorspitten |
| doorspit | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doorspitten |
| doorspitte | subordinate-clause, verleden tijd | doorspitten |
| doorspittend | onvoltooid deelwoord | doorspitten |
| doorspittende | woordvorm | doorspitten |
| spit door | gebiedende wijs | doorspitten |
| spitte door | verleden tijd | doorspitten |
| spitten door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doorspitten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorspitten zijn vastgelegd.