Naar de inhoud

doorspelen

doorgaan met spelen

doorspelen

werkwoord ˈdorspelə(n)

Betekenis

  1. doorgaan met spelen
  2. overdragen aan anderen

Hoe spreek je doorspelen uit?

/ˈdorspelən/

Doorspelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdorspelən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
o boot
r rood
s sok
p pak
e veel
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van doorspelen

doorspelenhele werkwoord — speelde doorverleden tijd enkelvoud — speelden doorverleden tijd meervoud — doorgespeeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik speel door speelde door
jij speelt door speelde door
hij, zij, het speelt door speelde door
wij spelen door speelden door
jullie spelen door speelden door
zij spelen door speelden door
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben doorgespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doorgespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
door te spelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen spelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal spelen bijzin, toekomende tijd
door zou spelen bijzin, voorwaardelijk
door zouden spelen bijzin, voorwaardelijk
door zoudt spelen bijzin, voorwaardelijk
door zullen spelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen spelen bijzin, toekomende tijd
door zult spelen bijzin, toekomende tijd
doorgespeeld verleden tijd, deelwoord
doorgespeeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgespeeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgespeeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgespeeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgespeeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgespeeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgespeeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgespeeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgespeeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgespeeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorspeel bijzin, tegenwoordige tijd
doorspeelde bijzin, verleden tijd
doorspeelden bijzin, verleden tijd
doorspeelt bijzin, tegenwoordige tijd
doorspelend onvoltooid, deelwoord
er is doorgespeeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgespeeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgespeeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgespeeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgespeeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgespeeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgespeeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgespeeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorgespeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgespeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgespeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgespeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgespeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgespeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgespeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgespeeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorgespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doorgespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
speel door gebiedende wijs
speelde door verleden tijd
te hebben doorgespeeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorspelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doorgespeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgespeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doorgespeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgespeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgespeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doorgespeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doorgespeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doorgespeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doorgespeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorgespeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doorgespeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doorgespeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doorgespeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doorgespeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doorgespeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doorgespeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doorgespeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doorgespeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doorgespeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorgespeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doorgespeeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgespeeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgespeeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgespeeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgespeeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorspelen bijzin, toekomende tijd
zijn doorgespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doorgespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doorgespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doorgespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doorgespeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgespeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgespeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorgespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doorgespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgespeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgespeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgespeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorspelen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doorspelen door zou(dt) spelen bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgespeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgespeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgespeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorgespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorgespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorgespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorgespeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgespeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgespeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorspelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgespeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorgespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorgespeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorspelen bijzin, voorwaardelijk
zullen doorgespeeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgespeeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgespeeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorgespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorgespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorgespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorgespeeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgespeeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgespeeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorspelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorspelen bijzin, toekomende tijd
zult doorgespeeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van door en spelen

Woordfamilie van doorspelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doorgespeeld voltooid deelwoord doorspelen
doorgespeelde woordvorm doorspelen
doorspeel subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorspelen
doorspeelde subordinate-clause, verleden tijd doorspelen
doorspeelden subordinate-clause, verleden tijd doorspelen
doorspeelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorspelen
doorspele with-subordinate-clause doorspelen
doorspelend onvoltooid deelwoord doorspelen
doorspelende woordvorm doorspelen
speel door gebiedende wijs doorspelen
speelde door verleden tijd doorspelen
speelden door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorspelen
speelt door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doorspelen
spele door woordvorm doorspelen
spelen door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorspelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorspelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorspelen

Hoe spreek ik doorspelen uit?
Zo spreek je doorspelen uit: /ˈdorspelə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van doorspelen?
Doorspelen is een werkwoord. De betekenis is: doorgaan met spelen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik doorspelen?
Zo vervoeg je doorspelen zo: het voltooid deelwoord is doorgespeeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op doorspelen?

In dit woordenboek rijmen 2 woorden op -oorspelen op doorspelen, zoals detectivehoorspelen en orgelvoorspelen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op doorspelen, uitspraak ˈdorspelən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
detectivehoorspelen 7
orgelvoorspelen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorspelen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. P 3
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorspelen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. P 4
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorspelen in het kort

doorspelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van doorspelen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doorspelen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doorspelen: doorgaan met spelen
Deel doorspelen — standaardnederlands.nl