Naar de inhoud

doordraaien

door blijven gaan met draaien

doordraaien

werkwoord

Betekenis

  1. door blijven gaan met draaien
  2. bij gebrek aan kopers op een veiling planten, bloemen, groente en fruit ter vernietiging vrijgeven
  3. gek worden
  4. tweede betekenisomschrijving
  5. enz.

Vervoeging van doordraaien

doordraaienhele werkwoord — draaide doorverleden tijd enkelvoud — draaiden doorverleden tijd meervoud — doorgedraaidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik draai door draaide door
jij draait door draaide door
hij, zij, het draait door draaide door
wij draaien door draaiden door
jullie draaien door draaiden door
zij draaien door draaiden door
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
door te draaien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen draaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal draaien bijzin, toekomende tijd
door zou draaien bijzin, voorwaardelijk
door zouden draaien bijzin, voorwaardelijk
door zoudt draaien bijzin, voorwaardelijk
door zullen draaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen draaien bijzin, toekomende tijd
door zult draaien bijzin, toekomende tijd
doordraai bijzin, tegenwoordige tijd
doordraaide bijzin, verleden tijd
doordraaiden bijzin, verleden tijd
doordraaiend onvoltooid, deelwoord
doordraait bijzin, tegenwoordige tijd
doorgedraaid verleden tijd, deelwoord
doorgedraaid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgedraaid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
draai door gebiedende wijs
draaide door verleden tijd
er is doorgedraaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgedraaid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgedraaid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgedraaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgedraaid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgedraaid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgedraaid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgedraaid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorgedraaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgedraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgedraaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgedraaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgedraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgedraaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgedraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgedraaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgedraaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben doorgedraaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doordraaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal doordraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doordraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doordraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doordraaien bijzin, toekomende tijd
zal doorgedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou doordraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doordraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doordraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doordraaien bijzin, voorwaardelijk
zou doorgedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) doordraaien door zou(dt) draaien bijzin, voorwaardelijk
zouden doordraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doordraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doordraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doordraaien bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt doordraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doordraaien bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgedraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen doordraaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doordraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doordraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doordraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doordraaien bijzin, toekomende tijd
zullen doorgedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult doordraaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doordraaien bijzin, toekomende tijd
zult doorgedraaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal doordraaien door zult/zal draaien bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van door en draaien

Woordfamilie van doordraaien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doordraai subordinate-clause, tegenwoordige tijd doordraaien
doordraaide subordinate-clause, verleden tijd doordraaien
doordraaiden subordinate-clause, verleden tijd doordraaien
doordraaie with-subordinate-clause doordraaien
doordraaiend onvoltooid deelwoord doordraaien
doordraaiende woordvorm doordraaien
doordraait subordinate-clause, tegenwoordige tijd doordraaien
doorgedraaid voltooid deelwoord doordraaien
doorgedraaide woordvorm doordraaien
draai door gebiedende wijs doordraaien
draaide door verleden tijd doordraaien
draaiden door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doordraaien
draaie door woordvorm doordraaien
draaien door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doordraaien
draait door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doordraaien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doordraaien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doordraaien

Wat is de betekenis van doordraaien?
Doordraaien is een werkwoord. De betekenis is: door blijven gaan met draaien. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik doordraaien?
Zo vervoeg je doordraaien zo: het voltooid deelwoord is doorgedraaid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doordraaien is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. D 2
  6. R 2
  7. A 1
  8. A 1
  9. I 1
  10. E 1
  11. N 1
  12. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doordraaien levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. D 2
  6. R 2
  7. A 1
  8. A 1
  9. I 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 16 zonder bonus
  13. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (D) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doordraaien in het kort

doordraaien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van doordraaien staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doordraaien bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doordraaien: door blijven gaan met draaien
Deel doordraaien — standaardnederlands.nl