doordouwer
zelfstandig naamwoord ˈdordɑuwərBetekenis
- iemand die niet opgeeft, maar net zo lang doorgaat totdat hij of zij zijn of haar doel bereikt heeft
- iemand die geen tegenspraak duldt, maar net zo lang doorgaat totdat hij of zij zijn of haar zin heeft gekregen
Hoe spreek je doordouwer uit?
/ˈdordɑuwər/
Doordouwer bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| r | rood |
| ɑu | koud |
| w | quiz |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doordouwers | meervoud |
| doordouwertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| doordouwertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van doordouwen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van doordouwer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doordouwers | meervoud | doordouwer |
| doordouwertje | verkleinwoord | doordouwer |
| doordouwertjes | verkleinwoord meervoud | doordouwer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doordouwer zijn vastgelegd.