doordrammen
werkwoord ˈdordrɑmə(n)Betekenis
- op een vervelende manier aanhoudend argumenteren en zeuren om je zin door te drijven
Hoe spreek je doordrammen uit?
/ˈdordrɑmən/
Doordrammen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van doordrammen
doordrammenhele werkwoord — dramde doorverleden tijd enkelvoud — dramden doorverleden tijd meervoud — doorgedramdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dram door | dramde door |
| jij | dramt door | dramde door |
| hij, zij, het | dramt door | dramde door |
| wij | drammen door | dramden door |
| jullie | drammen door | dramden door |
| zij | drammen door | dramden door |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| door te drammen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen drammen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal drammen | bijzin, toekomende tijd |
| door zou drammen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden drammen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt drammen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen drammen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen drammen | bijzin, toekomende tijd |
| door zult drammen | bijzin, toekomende tijd |
| doordram | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doordramde | bijzin, verleden tijd |
| doordramden | bijzin, verleden tijd |
| doordrammend | onvoltooid, deelwoord |
| doordramt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doorgedramd | verleden tijd, deelwoord |
| doorgedramd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgedramd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| dram door | gebiedende wijs |
| dramde door | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doorgedramd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doorgedramd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doorgedramd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doorgedramd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doorgedramd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doorgedramd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doorgedramd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doorgedramd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgedramd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doorgedramd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doorgedramd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doorgedramd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doorgedramd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgedramd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doorgedramd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben doorgedramd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doordrammen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal doordrammen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doordrammen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doordrammen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doordrammen | bijzin, toekomende tijd |
| zal doorgedramd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doorgedramd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doorgedramd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou doordrammen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doordrammen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doordrammen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doordrammen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou doorgedramd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doorgedramd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doorgedramd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) doordrammen door zou(dt) drammen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doordrammen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doordrammen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doordrammen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doordrammen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doorgedramd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doorgedramd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doorgedramd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt doordrammen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doordrammen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doorgedramd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen doordrammen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doordrammen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doordrammen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doordrammen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doordrammen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen doorgedramd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doorgedramd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doorgedramd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult doordrammen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult doordrammen | bijzin, toekomende tijd |
| zult doorgedramd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal doordrammen door zult/zal drammen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van door bw en drammen ww
Woordfamilie van doordrammen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doordram | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doordrammen |
| doordramde | subordinate-clause, verleden tijd | doordrammen |
| doordramden | subordinate-clause, verleden tijd | doordrammen |
| doordramme | with-subordinate-clause | doordrammen |
| doordrammend | onvoltooid deelwoord | doordrammen |
| doordrammende | woordvorm | doordrammen |
| doordramt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doordrammen |
| doorgedramd | voltooid deelwoord | doordrammen |
| dram door | gebiedende wijs | doordrammen |
| dramde door | verleden tijd | doordrammen |
| dramden door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doordrammen |
| dramme door | woordvorm | doordrammen |
| drammen door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doordrammen |
| dramt door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doordrammen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doordrammen zijn vastgelegd.