Naar de inhoud

doorbrengen

een zekere tijd ergens verblijven

doorbrengen

werkwoord

Betekenis

  1. een zekere tijd ergens verblijven
  2. een zekere tijd ergens mee bezig zijn

Vervoeging van doorbrengen

doorbrengenhele werkwoord — bracht doorverleden tijd enkelvoud — brachten doorverleden tijd meervoud — doorgebrachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik breng door bracht door
jij brengt door bracht door
hij, zij, het brengt door bracht door
wij brengen door brachten door
jullie brengen door brachten door
zij brengen door brachten door
Alle 107 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bracht door verleden tijd
breng door gebiedende wijs
door te brengen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal brengen bijzin, toekomende tijd
door zou brengen bijzin, voorwaardelijk
door zouden brengen bijzin, voorwaardelijk
door zoudt brengen bijzin, voorwaardelijk
door zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen brengen bijzin, toekomende tijd
door zult brengen bijzin, toekomende tijd
doorbracht bijzin, verleden tijd
doorbrachten bijzin, verleden tijd
doorbreng bijzin, tegenwoordige tijd
doorbrengend onvoltooid, deelwoord
doorbrengt bijzin, tegenwoordige tijd
doorgebracht verleden tijd, deelwoord
doorgebracht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgebracht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgebracht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgebracht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgebracht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgebracht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgebracht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgebracht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgebracht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgebracht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
er is doorgebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgebracht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgebracht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgebracht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgebracht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgebracht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgebracht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben doorgebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren doorgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doorgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden doorgebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden doorgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doorgebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal doorbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorbrengen bijzin, toekomende tijd
zal doorgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn doorgebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou doorbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorbrengen bijzin, voorwaardelijk
zou doorgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doorgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) doorbrengen door zou(dt) brengen bijzin, voorwaardelijk
zouden doorbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorbrengen bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorgebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt doorbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorbrengen bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen doorbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorbrengen bijzin, toekomende tijd
zullen doorgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorgebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorgebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult doorbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult doorbrengen bijzin, toekomende tijd
zult doorgebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal doorbrengen door zult/zal brengen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van door bw en brengen ww

Woordfamilie van doorbrengen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bracht door verleden tijd doorbrengen
brachten door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorbrengen
breng door gebiedende wijs doorbrengen
brenge door woordvorm doorbrengen
brengen door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorbrengen
brengt door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doorbrengen
doorbracht subordinate-clause, verleden tijd doorbrengen
doorbrachten subordinate-clause, verleden tijd doorbrengen
doorbreng subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorbrengen
doorbrenge with-subordinate-clause doorbrengen
doorbrengend onvoltooid deelwoord doorbrengen
doorbrengende woordvorm doorbrengen
doorbrengt subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorbrengen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorbrengen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorbrengen

Wat is de betekenis van doorbrengen?
Doorbrengen is een werkwoord. De betekenis is: een zekere tijd ergens verblijven. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik doorbrengen?
Zo vervoeg je doorbrengen zo: het voltooid deelwoord is doorgebracht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorbrengen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. B 3
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorbrengen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. B 4
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorbrengen in het kort

doorbrengen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van doorbrengen staan er 78 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doorbrengen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doorbrengen: een zekere tijd ergens verblijven
Deel doorbrengen — standaardnederlands.nl