Naar de inhoud

doorbreken

breken zodat er een doorgang ontstaat.

doorbreken

werkwoord ˈdorbrekə(n)

Betekenis

  1. breken zodat er een doorgang ontstaat.
  2. een einde aan een heersende situatie maken.

Hoe spreek je doorbreken uit?

/ˈdorbrekən/

Doorbreken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdorbrekən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
o boot
r rood
b bak
e veel
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. in twee stukken uit elkaar laten vallen door met kracht te buigen transitive
  2. op een of meer plaatsen onder de druk van het water bezwijken ergative
  3. met kracht een doorgang maken, een weg door iets heen forceren ergative
  4. een bekendheid en waardering bereiken die nodig is om succes te hebben ergative

Vervoeging van doorbreken

doorbrekenhele werkwoord — brak doorverleden tijd enkelvoud — braken doorverleden tijd meervoud — doorbrokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik breek door brak door
jij breekt door braakt door
hij, zij, het breekt door brak door
wij breken door braken door
jullie breken door braken door
zij breken door braken door
Alle 202 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
brak door verleden tijd
breek door gebiedende wijs
door te breken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen breken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal breken bijzin, toekomende tijd
door zou breken bijzin, voorwaardelijk
door zouden breken bijzin, voorwaardelijk
door zoudt breken bijzin, voorwaardelijk
door zullen breken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen breken bijzin, toekomende tijd
door zult breken bijzin, toekomende tijd
doorbraakt bijzin, verleden tijd
doorbrak bijzin, verleden tijd
doorbraken bijzin, verleden tijd
doorbreek gebiedende wijs
doorbreek bijzin, tegenwoordige tijd
doorbreekt bijzin, tegenwoordige tijd
doorbreke aanvoegende wijs
doorbrekend onvoltooid, deelwoord
doorbroken verleden tijd, deelwoord
doorbroken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorbroken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorbroken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorbroken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorbroken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorbroken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorbroken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorbroken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorbroken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorbroken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgebroken verleden tijd, deelwoord
doorgebroken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgebroken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgebroken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgebroken te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgebroken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgebroken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgebroken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgebroken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgebroken zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgebroken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
dóórbreken canonical
er is doorbroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er is doorgebroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorbroken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er was doorgebroken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorbroken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er werd doorgebroken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorbroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er wordt doorgebroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorbroken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorbroken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zal doorgebroken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgebroken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorbroken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorbroken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
er zou doorgebroken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgebroken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorbroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorbroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorbroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te doorbreken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doorbroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn doorgebroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorbreken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doorgebroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren doorgebroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doorgebroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgebroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgebroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doorgebroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doorgebroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doorbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doorbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werden doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doorbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
worden doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doorbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorbreken bijzin, toekomende tijd
zal doorbroken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorbroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorbroken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorbroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorbroken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgebroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgebroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgebroken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgebroken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgebroken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijn doorgebroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorbreken bijzin, voorwaardelijk

Vervoeging van doorbreken

doorbrekenhele werkwoord — brak doorverleden tijd enkelvoud — braken doorverleden tijd meervoud — doorbrokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik breek door brak door
jij breekt door braakt door
hij, zij, het breekt door brak door
wij breken door braken door
jullie breken door braken door
zij breken door braken door
Alle 202 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
breek door gebiedende wijs
door te breken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen breken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal breken bijzin, toekomende tijd
door zou breken bijzin, voorwaardelijk
door zouden breken bijzin, voorwaardelijk
door zoudt breken bijzin, voorwaardelijk
door zullen breken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen breken bijzin, toekomende tijd
door zult breken bijzin, toekomende tijd
doorbraakt bijzin, verleden tijd
doorbrak verleden tijd
doorbrak bijzin, verleden tijd
doorbraken bijzin, verleden tijd
doorbreek gebiedende wijs
doorbreek bijzin, tegenwoordige tijd
doorbreekt bijzin, tegenwoordige tijd
doorbreke aanvoegende wijs
doorbrekend onvoltooid, deelwoord
doorbroken verleden tijd, deelwoord
doorbroken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorbroken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorbroken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorbroken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorbroken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorbroken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorbroken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorbroken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorbroken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorbroken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorbréken canonical
doorgebroken verleden tijd, deelwoord
doorgebroken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgebroken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgebroken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgebroken te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgebroken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgebroken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgebroken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgebroken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgebroken zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgebroken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
er is doorbroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er is doorgebroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorbroken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er was doorgebroken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorbroken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er werd doorgebroken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorbroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er wordt doorgebroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorbroken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorbroken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zal doorgebroken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgebroken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorbroken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorbroken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
er zou doorgebroken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgebroken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorbroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorbroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorbroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te doorbreken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doorbroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn doorgebroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorbreken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doorgebroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren doorgebroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doorgebroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgebroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgebroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doorgebroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doorgebroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doorbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doorbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werden doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doorbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
worden doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doorbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorgebroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorbreken bijzin, toekomende tijd
zal doorbroken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorbroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorbroken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorbroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorbroken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgebroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgebroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgebroken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgebroken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgebroken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn doorbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijn doorgebroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doorgebroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorbreken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorbreken bijzin, voorwaardelijk

Herkomst

samenstelling van door bw en breken ww **dóórbreken: van Middelnederlands dorebreken **doorbréken: van Middelnederlands dorebreken

Woordfamilie van doorbreken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
brak door verleden tijd doorbreken
braken door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorbreken
breek door gebiedende wijs doorbreken
breekt door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doorbreken
breke door woordvorm doorbreken
breken door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorbreken
doorbrak subordinate-clause, verleden tijd doorbreken
doorbreek subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorbreken
doorbreekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorbreken
doorbreke aanvoegende wijs doorbreken
doorbrekend onvoltooid deelwoord doorbreken
doorbrekende woordvorm doorbreken
doorbroken voltooid deelwoord doorbreken
doorgebroken voltooid deelwoord doorbreken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorbreken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over doorbreken

Hoe spreek ik doorbreken uit?
Zo spreek je doorbreken uit: /ˈdorbrekə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van doorbreken?
Doorbreken is een werkwoord. De betekenis is: breken zodat er een doorgang ontstaat. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik doorbreken?
Zo vervoeg je doorbreken zo: de tegenwoordige tijd is doorbreek, de verleden tijd is doorbrak en het voltooid deelwoord is doorbroken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorbreken is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. B 3
  6. R 2
  7. E 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorbreken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. B 4
  6. R 2
  7. E 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorbreken in het kort

doorbreken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van doorbreken staan er 128 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doorbreken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doorbreken: breken zodat er een doorgang ontstaat.
Deel doorbreken — standaardnederlands.nl