doorbraak
zelfstandig naamwoord ˈdorbrakBetekenis
- een plek waar een dijk of dam is doorgeslagen
- een cruciale ontdekking of gebeurtenis die de weg opent naar belangrijke ontwikkelingen
- het doorbreken, stukbreken
Hoe spreek je doorbraak uit?
/ˈdorbrak/
Doorbraak bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| r | rood |
| b | bak |
| a | maan |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doorbraakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| doorbraakjes | verkleinwoord, meervoud |
| doorbraken | meervoud |
Herkomst
afleiding van het werkwoord "doorbreken"
Woordfamilie van doorbraak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorbraakje | verkleinwoord | doorbraak |
| doorbraakjes | verkleinwoord meervoud | doorbraak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorbraak zijn vastgelegd.