donsdeken
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een dikke met dons gevulde deken meestal bestaande uit 2 aan elkaar genaaide lakens, met de functie om iemand te bedekken en daarmee warm te houden tijdens de slaap
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| donsdekens | meervoud |
| donsdekentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| donsdekentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van dons en deken
Woordfamilie van donsdeken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| donsdekens | meervoud | donsdeken |
| donsdekentje | verkleinwoord | donsdeken |
| donsdekentjes | verkleinwoord meervoud | donsdeken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van donsdeken zijn vastgelegd.